Oké, water en bodem sturend – maar niet altijd en overal

Agnes Franzen 19 april 2024 4 minuten

Het is de nieuwste afkorting in gebiedontwikkelingsland: Wabos. Oftewel Water en bodem sturend. ROm-columnist Agnes Franzen gaat een eind mee in het huldigen van dit nieuwe principe maar waarschuwt ook: laat het niet (te) dominant worden.

Nederland heeft een rijke traditie in de omgang met water. Met duinen, dijken, de Deltawerken en diverse polders voor landaanwinning. Waarbij de Beemsterpolder en de Hollandse Waterlinie zelfs de Unesco werelderfgoedstatus hebben – en terecht. Ook nu staan we voor vragen hoe met het water om te gaan. Zo heeft het kabinet eind 2022 besloten dat water en bodem sturend moeten zijn bij de beslissingen over de inrichting van ons land. Maar wat betekent dit nu eigenlijk en is dit overal nodig?

Het zout dringt binnen

Als eerste de zeespiegel. Van 1900 tot 2020 is onze zeespiegel met 25 centimeter gestegen, mede door bodemdaling. Als gevolg van de klimaatverandering gaat de stijging de komende eeuw veel sneller. Zo is de verwachting van het KNMI dat de zeespiegel tot 2050 met 30 tot 110 centimeter zal stijgen. Dit kan tot 2100, gegeven diverse onzekerheden, oplopen tot 2 meter. De dijken zouden erop berekend moeten zijn volgens recente analyses, maar spannend wordt het allemaal wel voor de komende generaties.

Wateroverlast in Maastricht door Kim Willems (bron: Shutterstock)

‘Wateroverlast in Maastricht’ door Kim Willems (bron: Shutterstock)


De twee belangrijkste factoren zijn de opwarming van het zeewater en het smelten van landijs op Antarctica. Dit laatste wordt vooral verwacht na 2050. Wat we nu al merken, is dat zout water dieper landinwaarts komt (zoute kwel) met een negatief effect op onze duinen, kwelders en natuurlijke habitats. Verder vragen stranden om extra zand, moeten dijken worden verhoogd en verbreed en wordt de Oosterscheldekering vervangen.

Dan ons rivierenlandschap. Door het buiten de oevers treden van de Maas in 1993 en 1995 bracht de combinatie van hoge waterstand en hevige regenval in de zomer van 2021 grote schade toe aan woningen en winkels in het stroomgebied.

Laat water en bodem sturend zijn bij ruimtelijke keuzes in ‘gevoelige’ gebieden

En na de storm Ciarán van vorig jaar november, met alle sluizen dicht en water tot aan de ramen in de Amsterdamse Houthavens, zagen we rond de afgelopen jaarwisseling in heel Nederland overstromingen door de harde wind uit het westen en noordwesten en forse regenbuien. Beeldbepalend waren het doorbreken van een dam in Maastricht en kades met zandzakken in diverse steden en dorpen langs het Markermeer. Ook overstroomden diverse buitendijkse gebieden.

Nieuwe kaart

Als antwoord hierop gaan we de dijk langs het IJsselmeer en het Markeermeer nog verder verzwaren. Verder liggen er nieuwe programma’s vergelijkbaar met Ruimte voor de Rivier in het verschiet, gericht op het verbeteren van veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid voor 4 miljoen Nederlanders. Ook kwam het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat laatst met een nieuwe kaart waarop de “bebouwbaarheid” van Nederland wordt aangegeven, in verschillende gradaties. Op sommige plekken wordt nieuwbouw echt afgeraden, het is iets waar gebiedsontwikkelaars rekening mee moeten gaan houden.


Gecombineerde sturingskaart door Ministerie van I&W (bron: Ministerie van I&W)

‘Gecombineerde sturingskaart’ door Ministerie van I&W (bron: Ministerie van I&W)


Naast bovenstaande ontwikkelingen uiten drinkwaterbedrijven hun zorgen over onvoldoende drinkwater. Dit als gevolg van de vaker voorkomende langdurige droge periodes, vervuiling door meststoffen, zware metalen en bestrijdingsmiddelen en resten van medicijnen. Ook de verzilting vanuit de kust die steeds verder ons land in komt, heeft negatieve gevolgen voor onze zoetwatervoorziening. Water dat ook essentieel is voor natuur- en landbouwgebieden.

Veel kennis

Een andere oorzaak voor een dreigend drinkwatertekort is de bevolkingsgroei met benodigde levering voor nieuwe woningen. Dit naast een algemeen toenemend watergebruik. Drinkwaterbedrijven hebben hierbij te maken met een terughoudende overheid voor het leveren van vergunningen, voor meer capaciteit, benodigde infrastructuur en aanpak van financieringstekorten.

Passend bij bovenstaande uitdagingen hebben we, naast onze waterschappen stammend uit de dertiende eeuw en daarmee de oudste bestuurslaag van ons land, sinds 2009 een Deltacommissaris en een Deltaprogramma. In 2012 zijn die vastgelegd in de Deltawet. Verder hebben we een kennisinstituut als Deltares en een speciaal gezant voor internationale waterzaken.

Werk ook aan projecten waar water en bodem niet dominant hoeven te zijn

Aan kennis en organisaties dus geen gebrek. Maar we lopen, net als bij veel andere opgaven, aan tegen (wettelijke) grenzen en botsende belangen. Laat water en bodem daarom sturend zijn bij de vergunningverlening voor vervuilende industrie en landbouw (glastuinbouw is een van de grootste waterverbruikers). En bij het bufferen van water voor natuurbeheerders en drinkwaterbedrijven. Maar werk ook aan projecten waar ze juist niet dominant hoeven te zijn.

Leerzame voorbeelden hiervoor zijn adaptief (verplaatsbaar) bouwen, terpdorpen zoals (historisch) Allingawier in een Fries veenweidegebied, projecten zoals Haverleij in Den Bosch en Vogelenzang in Rhenen (wonen en natuur), het getrapte Dakpark in Rotterdam (met parkeren en een woonboulevard), Kustwerk Katwijk (combinatie parkeren en heringericht duingebied) of bijvoorbeeld de dijk-in-boulevard-oplossing in Scheveningen. Interessant is ook de oplossing van het drijvend wonen, eveneens ontwikkeld voor het veenweidegebied maar dan in het Groene Hart. Met deze en andere nieuwe innovatieve voorbeelden zetten we onze waterrijke cultuur voort en gaat de bouw, na de stikstof-rem in ons land niet verder op slot. Dit met het besef dat de strijd om water nog maar net is begonnen.


Deze column verscheen eerder in ROmagazine.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *