Tijd voor een Sociaal Deltaplan Wonen

De wens van het Kabinet is om het landelijke huizentekort de komende jaren terug te dringen door 300.000 woningen te bouwen. Met Woondeals wordt op dit moment door het Rijk en regionale publieke partijen in een aantal regio’s in beeld gebracht wat geschikte nieuwbouwlocaties zijn. Ook is recent door minister Stientje van Veldhoven aangegeven dat er een aanvullingsbrief op de NOVI komt met aanvullende concrete locaties. Kortom: het Rijk is weer in beeld in de ruimtelijke ordening.

Een pikant nieuwtje hierbij is het recente bericht dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de samenvatting van haar jaarverslag in 2019 radicaal heeft aangepast. Het gaat om de passage dat “het systeem van ruimtelijke ordening op punten onvoldoende werkt” omdat gemeenten, provincies en het Rijk “de nationale belangen ondanks de wettelijke veranderingen regelmatig uit het oog verliezen”. Deze kritische conclusie werd uit het rapport gehaald en vervangen door de zin: “Het beeld is dat de feitelijke inpassing voldoende is”. Kortom: de decentralisatie van de ruimtelijke ordening zou goed verlopen.

We zien echter een andere ontwikkeling. Zo heeft de Tweede Kamer een motie van de PvdA en CDA aangenomen om in het volgende kabinet de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) terug te laten keren. Pleitte Roeland van der Schaaf, wethouder wonen van de Gemeente Groningen (PvdA), voor een nationaal Deltaplan voor woningbouw. En vroeg Kim Putters een Deltaplan te maken voor de krimpregio’s vanwege de vergrijzing en een teruglopend aantal voorzieningen.

Een nieuw ministerie van VROM vraagt tijd. Met de huidige woningnood is een nationaal Deltaplan op dit moment dus de beste oplossing.

Hoe zou dit eruit kunnen zien? In een zestal regio’s is met een Woondeal een eerste aanzet gemaakt voor geschikte nieuwbouwlocaties voor een Deltaplan. Een leerzame deal is gemaakt in de regio Arnhem-Nijmegen. Door het Rijk, de Provincie Gelderland en 18 gemeenten is hier een Woondeal gesloten om snel meer woningen te bouwen. Tot 2025 moeten er 20.000 woningen bijkomen, op de lange termijn zelfs 50.000 tot 60.000. De Woondeal moet ervoor zorgen dat er sneller en meer betaalbare huur- en koopwoningen worden bijgebouwd. Naast de woningbouwopgave is ook gekeken naar de bereikbaarheid van de betreffende bouwlocaties. Verder zet burgermeester Ahmed Marcouch van Arnhem ook in op de aanpak van economische ongelijkheid met het verbeteren van de leefbaarheid en het vooruit helpen van kwetsbare wijken.

In zijn nieuwe boek Kapitaal en Ideologie pleit Thomas Piketty ook voor de aanpak van economische ongelijkheid. De groei van deze ontwikkeling doet zich volgens Piketty sinds de jaren ’80 en ’90 vrijwel overal ter wereld voor. Volgens hem is hier na de kredietcrisis veel te weinig aandacht voor geweest. De markt blijkt niet zelfregulerend, aldus Piketty. Hij pleit daarom voor een nieuw socialisme, met onder meer hogere belastingen voor de topinkomens en medezeggenschap voor burgers. Met een multidisciplinaire aanpak om te komen tot een evenwichtig perspectief op het gebied van gelijkheid, sociaal eigendom, onderwijs en de verdeling van kennis en macht.

Kijken we naar Nederland, dan zien we dat het reëel besteedbaar inkomen van huishoudens sinds eind jaren ‘70 nauwelijks is toegenomen. De groei van het inkomen is sterk achtergebleven bij de economische groei. Binnen Europa is de sociale ongelijkheid in periode van 1980 tot 2020 gestegen met 30 tot 35 procent. Binnen Nederland ligt dit percentage lager, maar verdient het evengoed aandacht. Zo is het aantal sociale huurwoningen gedaald van 40 procent in 1989 tot 28 procent in 2020 en zijn de prijzen in de vrijehuursector gestegen. Ook is het gat tussen meer en minder leefbare wijken toegenomen.

Binnen Nederland is de sociale ongelijkheid lager, maar verdient het evengoed aandacht

Dat bovenstaande sociale ongelijkheid is gestegen vanaf de jaren ‘80 is mede een gevolg van de marktwerking in de publieke sector, de deregulering en privatisering. Dit wetende zijn de volgende punten belangrijk voor een Sociaal Deltaplan Wonen:

  • Samenwerking tussen overheden en de markt. Kijk voor de uitvoering van de Woondeals en andere concrete locaties samen met marktpartijen welke gebieden snel te ontwikkelen zijn. Leer hierbij van de vinexwijken. Welke wijken zijn sociaal-economisch het meest succesvol in leefbaarheid als gekeken wordt naar wijken met (sociale)huur- en koopwoningen?
  • Sociale invalshoek. Naast de Woondeal-locaties is het belangrijk om steden met een relatief eenzijdige woningvoorraad hoog op de agenda te zetten. Deze steden zijn gebaat bij herstructurering en het toevoegen van nieuwbouw. Denk naast kwetsbare wijken aan vergrijsde wijken, groeiende migratie en sommige groeikernen uit de jaren ‘70 waar sprake is van een eenzijdige woningvoorraad.
  • Haalbaarheid en betaalbaarheid. Problemen, zeker voor betaalbare huisvesting zijn onder meer de grondprijs, stijgende bouwkosten en de schaarste aan werknemers in de bouw. Laat publieke partijen niet altijd de hoofdprijs vragen voor de grond. En stimuleer sneller en voordeligere systeembouw en flexwonen aan de private kant.

Regie van het Rijk voor dit alles is geen overbodige luxe. Met de Woondeals en de recente stevige boodschappen van minister Stientje van Veldhoven voor aanpak van de woningnood zijn de eerste stappen voor een Sociaal Deltaplan wonen gezet. Het is belangrijk dat dit plan met de markt wordt afgestemd om de urgente woningbouwopgave gezamenlijk, haalbaar en zo efficiënt mogelijk uit te voeren. Dit zonder de kwaliteit en de sociale problematiek waar Putters, Marcouch en Piketty op duiden uit het oog te verliezen.

Hernieuwde aandacht voor kwetsbare wijken

Cover: ”Vuilcontainers/Dumpsters” (CC BY 2.0) by FaceMePLS

Het aantal kwetsbare wijken neemt toe, blijkt uit onderzoek in opdracht van Aedes naar de leefbaarheid in wijken met veel corporatiewoningen. De sociale segregatie neemt toe, de leefbaarheid neemt af, de criminaliteit stijgt, er is een gebrek aan samenhang, en mensen spreken elkaar niet meer. De grote uitdaging is hoe we de slinger van benodigde maatregelen en investeringen voor deze wijken weer in beweging krijgen. Want wie wil graag horen dat hij of zij in een zwakke wijk woont?

De novelle voor de nieuwe Woningwet in 2015 beoogde verbetering van het functioneren van woningcorporaties als ondernemingen met een louter maatschappelijke taak. Dat is een taak die echter maar zeer beperkt kon worden uitgevoerd. Voor 2015 droegen veel corporaties bij aan het realiseren van wijken met een diversiteit aan huur- en koopwoningen. Na de invoering van die nieuwe Woningwet zijn corporaties echter voorzichtig geweest met herstructurering van sociale woningcomplexen tot vrijesector- of koopwoningen, zeker in kwetsbare wijken waar marktpartijen niet wilden investeren.

De disciplinerende impact van de bijbehorende verhuurdersheffing van de Woningwet beperkte de investeringsruimte voor veel corporaties. Daarom is het goed dat woningcorporaties met ingang van dit jaar voor betaalbare huurwoningen een heffingskorting kunnen aanvragen. In aansluiting hierop vragen corporaties aan de overheid om de markttoets af te schaffen, zodat woningcorporaties ook middenhuurwoningen kunnen bouwen in wijken waar nu te veel sociale huurwoningen staan. Dit maakt dat de slinger weer gaat bewegen, ook voor andere partijen.

Een eerste voorbeeld is de recent getekende intentieverklaring tussen de gemeente Amsterdam, de leden van de Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed (IVBN), Vastgoed Belang en NEPROM, om samen te zorgen voor meer betaalbare woningen. Ze maken afspraken over de bouw van nieuwe woningen voor middeninkomens, het betaalbaar houden van bestaande woningen en het toewijzen van huurwoningen aan beroepsgroepen als leraren en zorgverleners.

Gewenste grondopbrengst

Wat valt hieruit te leren? Als eerste dat de gemeente gaat voor een acceptabel rendement voor betrokken partijen door passende grondprijzen te rekenen. Een mogelijke tweede les is om in te zetten op afspraken op stedelijk niveau tussen corporaties, gemeenten, beleggers en marktpartijen, en hierbij de kwetsbare wijken ook op de agenda te zetten.  

Een andere locatie waarvan we kunnen leren, is de locatie Valkenburg. Hier was jarenlang sprake van touwtrekkende partijen, waardoor de ontwikkeling van dit gebied stagneerde. De gemeente Katwijk wilde voor dit gebied 5 duizend woningen realiseren met 25 procent sociale woningbouw en 20 procent woningbouw voor de middeninkomens. Dit stond echter onder spanning met de hoge grondprijs die door het Rijksvastgoedbedrijf werd gevraagd. Om deze impasse te doorbreken heeft de gemeente Katwijk voorgesteld om 600 extra woningen te bouwen voor de middengroepen. Met deze aanpak krijgt het Rijk de gewenste grondopbrengst en kan worden ingezet op doorstroom uit kwetsbare wijken en gemengde nieuwbouwwijken.

Gerechten delen

Maar er moet niet alleen naar de fysieke kant worden gekeken. Voor de huidige kwetsbare wijken is het belangrijk te erkennen dat de sociale vraagstukken een groot deel van het probleem zijn. Denk aan de samenstelling naar inkomen, culturele achtergrond en de zorgvraag. Ook is in deze wijken vaak sprake van werkeloosheid, schulden en (fysieke en psychische) klachten bij inwoners. Door in te zetten op een wijk met diverse woningen (waaronder middeninkomens), verdwijnen de sociale problemen in de wijk niet direct, maar ze worden wel overzichtelijker. Ook wordt de doorstroom naar middenhuurwoningen gestimuleerd.

Kwetsbare wijken in ontwikkeling vragen echter om meer. De documentaire van Felix Rottenberg over de Akbarstraat in de Amsterdamse Kolenkitbuurt, voorheen een achterstandswijk, laat zien dat de sociale contacten tussen diverse culturen niet op voorhand toenemen door het toevoegen van koopwoningen en woningen met hogere huren. De documentaire maakt duidelijk dat we nog een lange weg te gaan hebben in de omgang met elkaar van diverse culturen.

Een leerzaam voorbeeld is het Verhalenhuis Belvédère in Rotterdam, in de gemengde wijk Katendrecht. Het betreft een coöperatie van lokale ondernemers die mensen uit diverse culturen willen verbinden via het uitwisselen van persoonlijke verhalen van individuen en gemeenschappen. Denk aan het delen van gerechten, migrantenverhalen, sociale foto’s en groepsportretten, evenementen, tentoonstellingen en openbare feesten.

Kortere wachttijd

Verschillende partijen kunnen bijdragen aan de kwetsbare wijken. Een heldere rolverdeling is hierbij essentieel. Laat de corporaties hiervoor van elkaar leren en de investeringsslinger voor de kwetsbare wijken samen met andere partijen weer in beweging brengen. Zorg dat gemeenten de fysieke kant niet vergeten en ook kijken naar de ligging in de stad, naar de omringende wijken en de nabijgelegen voorzieningen. Hoe is de bereikbaarheid, is er sprake van goed openbaar vervoer of slechte verbindingen naar wijkvoorzieningen en het centrum? En hoe ziet de aanpak van de energietransitie eruit?

Inzet op verschillende woningtypen is zeker niet de ultieme oplossing voor kwetsbare wijken, maar het draagt wel bij aan een kortere wachttijd voor middenhuurwoningen en het niet nog verder achteruitgaan van de leefbaarheid in de kwetsbare wijken.

Met RIA’s meer draagvlak bij duurzame oplossing woningnood

Cover: Cees Steijger via Pixabay

Vorige week presenteerde Denktank Denkwerk het rapport Klein land, grote keuzes: over Nederland in 2050. Daarin wordt gepleit voor een aanpak van de woningnood in combinatie met natuur en de inzet van snelbussen onder regie van het Rijk, plus een visie op de aanpak van de energietransitie. De denktank stelt dat er onder regie van het Rijk nieuwe woningbouwlocaties moeten worden aangewezen om verdere “verrommeling” in ons land te voorkomen. Een daarvan is het Groene Hart. De NOVI-alliantie speelt hier op dit moment al goed op in, door in een aantal regio’s samen met de bestuurders te kijken naar uitvoeringsgerichte mogelijkheden. Ze werkt in vijf regio’s in Nederland aan regionale investeringsagenda’s (RIA’s) om de NOVI-ontwerpnota van het Rijk te vertalen naar uitvoering voor het komend decennium. Ons land zal de komende eeuw, net als tijdens de vroegere ‘strijd tegen water’, immers ruimtelijk behoorlijk veranderen. Als kader voor de regionale investeringsagenda’s is het daarom ook interessant te kijken hoe Nederland er over 100 jaar uitziet.

De Wageningen University & Research heeft hiervoor een kaart gemaakt die in beeld brengt welke rol natuur kan spelen voor duurzame energie, stedenbouw, landbouw en hoogwaterveiligheid. Waar is het slim om in te zetten landbouw en natuur en welke plekken zijn geschikt voor woningen. Het is een visie die mooi aansluit bij een recente opiniestuk in NRC Handelsblad: Nederland opnieuw op de tekentafel, een pleidooi van Friso de Zeeuw (emeritus hoogleraar gebiedsontwikkeling) en Anne Hilhorst (campagnedirecteur van Wakker Dier) om in te zetten op een heldere splitsing tussen regio’s waar natuur en landschap prioriteit krijgen en kerngebieden voor landbouw.

Bovenstaand beschreven perspectieven sluiten goed aan bij de aanpak van de RIA’s. Deze richten zich op het combineren van opgaven voor de verstedelijking, de energietransitie, de klimaatadaptie, de verbetering van de bereikbaarheid en het verbeteren van de groene-blauwe kwaliteit. De alliantie, een brede coalitie van NEPROM, middelgrote gemeenten (G40), VNO-NCW, Staatbosbeheer en de openbaarvervoerwereld, ziet vooral kansen voor het Rijk om bij de toekenning van de 1 miljard euro voor de woningbouwimpuls de aanpak van de RIA’s te betrekken. Zo kan breder worden gekeken naar de uitvoering van de ruimtelijke opgaven en wordt een nieuwe werkwijze gestimuleerd.

Dat is geen onwelkom voorstel met de diversiteit aan woningnood. Het huidige tekort van zo’n 300.000 woningen, zeker betaalbare huizen, is immers nog lang niet opgelost. Bovendien blijven de woningprijzen stijgen. De oorzaken van de stagnatie op de woningmarkt zijn grotendeels bekend. Nieuw is echter het dalend aantal bouwvergunningen door stikstofuitstoot met een negatief effect op natuurgebieden. De klimaatverandering zet bovendien woningontwikkeling in het westen van ons land onder druk, zoals de kaarten van Wageningen University & Research laten zien. Ook de mindere betaalbaarheid door stijgende grondprijzen en bouwkosten vraagt aandacht. De groep die een woning niet kan betalen blijft hierdoor groeien, onder hen vooral starters. Daarnaast neemt het aantal eenpersoonshuishoudens toe en stijgt de vraag als gevolg van de verwachte groei van migratie.

Verder zien we door vergrijzing en veranderingen in de zorg dat ouderen langer zelfstandig wonen, het liefst in combinatie met zorgvoorzieningen. Een groot deel van deze groep is honkvast, verhuist niet snel en woont in grote woningen. Kijken we naar deze demografische ontwikkelingen, dan ligt het voor de hand dat vanaf 2030 een groeiend aantal van deze woningen beschikbaar komt; iets om ook rekening mee te houden.

‘De huidige woningmarkt is problematisch, maar biedt ook kansen voor nieuwe woonmilieus’

De huidige woningmarkt is problematisch, maar biedt ook kansen voor nieuwe woonmilieus. We krijgen immers steeds beter zicht op vraag en aanbod op de woningmarkt, evenals op de geschetste grote ruimtelijke uitdagingen in deze eeuw. De minister heeft woondeals gesloten met de vijf regio’s waar de druk op de woningmarkt hoog is. Op dit moment betreft dit vooral publiek-publieke afspraken. De NOVI-alliantie pleit ervoor breder te kijken dan de woondeal-gebieden en dit in samenwerking met marktpartijen en corporaties te doen. Ze hecht ook waarde aan een woningbouwimpuls aan plannen die nog niet zeker zijn, dit via een inhoudelijke toetsing van de RIA’s door het Rijk.

De NOVI-alliantie zet voor de RIA’s als eerste in op het integreren van verkokerde investeringen. Het tweede punt in de aanpak is publiek-private samenwerking nieuwe stijl (langjarig, strategisch, samenhang tussen infra-klimaat-groen-woningbouw-verstedelijking-economie, et cetera). Als derde wordt ingezet op meer stabiliteit, voorspelbaarheid, innovatie, financiële ‘zekerheid’, onder andere door het bundelen van investeringen.

Een van de voorbeelden is de regio Breda (inclusief Oosterhout, Etten-Leur en Zundert). Hier is eigenstandig het initiatief genomen om een aanzet te maken voor een RIA. Daarin is de bouw van 15.000 woningen tot 2030 voorzien, gekoppeld aan investeringen in onder meer bereikbaarheid, energietransitie, klimaatadaptie en groene en blauwe structuren.

‘Met uitvoeringsgerichte RIA’s kan ingezet worden op regionaal draagvlak’

De uitvoeringsgerichte RIA’s maken het mogelijk verder in de tijd te kijken en in te zetten op regionaal draagvlak en een inventarisatie van benodigde investeringen. Zo kan met betrokkenheid van lokale partijen worden gekeken welke (langetermijn) ruimtelijke keuzes en integrale aanpak het beste passen. Evenals afstemming met de Regionale Energie Strategieën, wanneer men erin slaagt de nationale afspraken uit het Klimaatakkoord te vertalen naar de regionale praktijk. Ook de recente opkoopregeling voor de varkensboeren in twee regio’s en de ruimte die hierdoor beschikbaar komt kan worden meegenomen in de RIA’s.

De Denktank Denkwerk pleit voor regie van het Rijk. De RIA’s helpen het Rijk te komen tot duidelijke keuzes in het ruimtelijk domein. De regionale aanpak draagt eraan bij de paniek onder burgers door rijksmaatregelen een stuk kleiner te maken. Weerstand zal er blijven. Maar met regionale visies neemt de kans op een helder maatschappelijk gedragen en duurzame “ruimtelijke richtsnoer” voor ons land toe, inclusief een duurzame aanpak van de urgente woningnood.

De noodzaak van planvorming

Nederland heeft een rijke traditie op het gebied van ruimtelijke planvorming. Nationaal, regionaal en op stedelijk niveau. Met de NOVI worden zesentwintig van de huidige wetten omgezet naar een integrale aanpak. Ook wordt ingezet op meer zeggenschap van burgers over de eigen omgeving. Kijkend naar huidige en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen is lange-termijnplanning urgent. Deze planvorming is bij uitstek het instrument om in beeld te brengen hoe we slim met de schaarse ruimte in Nederland om kunnen gaan.

De nieuwe opgaven vragen om verbeeldingskracht om tot realisatie te komen.

De aanpak van de klimaatverandering staat voor planvorming met stip op één. Denk aan de ruimte die de energietransitie vraagt of de impact van de stijgende zeespiegel op ons land. De Regionale Energie Strategie (RES) staat voor regionale samenwerking om tot uitvoering van het klimaatakkoord te komen. Hiermee wordt ruimte geboden voor integrale afwegingen tussen verschillende opgaven, die passen bij de betreffende regio. Inzet is draagvlak en acceptatie bij maatschappelijke partners (burgers, bedrijven, groene partijen, netbeheerders) in de regio. Via ontwerpend onderzoek aan de klimaattafels is in beeld gebracht wat de ruimtelijke gevolgen zijn van de energietransitie. Een mooie basis om verdere besluiten te nemen.

Klemmende vragen over de woningbouwlocaties voor de komende jaren

Op twee staat de woningbouwopgave. Kijkend vanaf de jaren vijftig zien we de grote hoeveelheid ruimtebeslag die deze functie heeft ingenomen. Met een groot aandeel grondgebonden woningen. Hoe gaan we de komende jaren om met deze ruimtevraag?

In de Woonagenda heeft dit kabinet aangegeven dat er ieder jaar 75.000 woningen bij komen tot 2024. Op dit moment verwacht de NEPROM als gevolg van de stikstofimpasse overigens dat er dit jaar slechts 40.000 woningen worden gerealiseerd. Minder dan gewenst, maar de vraag blijft waar laten we deze woningen landen. Een belangrijke vraag voor planvorming, net als kijken naar wat in samenhang met andere functies kan. En zet de trend van meer hoogbouw door?

Verdozing

Naast het van kleur verschieten van bedrijventerreinen zien we oude kantoorgebieden steeds vaker transformeren naar woongebieden. Financieel niet altijd eenvoudig, maar we zien inspirerende plannen. Zeker in Amsterdam, denk aan het project ‘OurDomain Amsterdam South East’ in Holendrecht of het ontwerp gericht op een duurzame ontwikkeling van de vroegere Amsterdamse gevangenis: het Bajes Kwartier. Maar ook in andere plaatsen, zoals de Utrechtse Merwedekanaalzone, is planvorming een belangrijk instrument.

Overigens heeft de NOVI, volgens de milieuadviescommissie, nog een nadere analyse nodig om de grote woningbouwopgave te realiseren. Binnenstedelijk staat de woningbouw opgave onder druk, volgens de commissie vanwege de risico’s op slechtere luchtkwaliteit, geluidsoverlast en (beperkte) mogelijkheden voor beweging en groenvoorzieningen.

Ook verwijst de commissie naar de effecten op landschap, natuur en bereikbaarheid als je een deel van deze opgave buiten de stad realiseert. Via ontwerpend onderzoek kunnen de voor- en nadelen van de verschillende locaties en risico’s in beeld worden gebracht.

Hoeveel ‘dozen’ voor opslag en distributie van digitale informatie staan we toe?

Een derde opgave is de impact van nieuwe bedrijven als gevolg van technologische ontwikkelingen en digitale bestellingen. Hoeveel van ‘de dozen’ die de technologische ontwikkelingen vragen staan we toe? Denk aan Bol.com met 200.000 vierkante meter in Waalwijk. Of de ‘hyperscale’-datacentra in de Wieringermeer, ’serverflats’ tot veertig meter hoogte voor opslag en distributie van digitale informatie. Cees-Jan Pen, lector De Ondernemende Regio aan Fontys Hogescholen, en Joks Janssen, directeur van BrabantKennis in Tilburg schreven recent een stuk met kritiek op de groei van het dozenlandschap in Brabant. Zij stellen vraagtekens bij de bijdrage van deze dozen aan de werkgelegenheid en wat de waarde is die we aan het landschap geven en met welke functie ze gecombineerd kunnen worden. Bij uitstek een vraag die ontwerpers in beeld kunnen brengen.

Ontwerpen

Naast genoemde ontwikkelingen, zien we een heel nieuw type gebieden ontstaan. Denk aan grond van boeren die vanwege de stikstofproblematiek stoppen met hun bedrijf. Of de aanpak van bedrijven die bijdragen aan een forse CO2 uitstoot. Zie Tata bij IJmuiden, met een uitstoot meer dan 10 miljoen ton CO2. Of de uitstoot van de cementindustrie, die vanwege de CO2 steeds vaker kiest voor het recyclen van oud beton. Voorbeelden die illustreren dat transitie en het sluiten of lagere milieulast van bedrijven met tot nu toe een forse CO2 uitstoot nieuwe ruimte kan bieden voor urgente ruimtelijke opgaven.

‘Planvorming niet vanuit macht, maar vanuit verbeeldingskracht’

Stedenbouw en landschapsarchitectuur zijn vakgebieden die ervaring hebben met het schetsen van toekomstige ruimtelijke perspectieven en het integreren van op het oog tegenstrijdige ruimteclaims. Ontwerpen is een zeer geschikt instrument om burgers te betrekken bij de mogelijke ontwikkelingen. Fysiek en digitaal. Door niet alleen met een puur economische blik naar de opgaven te kijken, maar juist veel breder. Planvorming niet vanuit macht, maar vanuit verbeeldingskracht. Kortom bij uitstek een middel om nationaal, regionaal en lokaal in ons land tot daadwerkelijke uitvoering van plannen te komen.

“Protesten bieden een mooie kans voor gebiedsontwikkeling”

Cover: “belegerde veste” (CC BY-NC 2.0) by Gerard Stolk ( vers le saintnicolas)

Na een relatief stille periode na de kredietcrisis, zien we weer een groei van protesten. Wereldwijd laten burgers steeds vaker een kritisch geluid horen richting de politieke leiders. Vandaag de dag gaat er zelden een week voorbij zonder kritiek vanuit de samenleving over haar toekomst. Denk aan het protest via yoga-bijeenkomsten op straat tegen wanbeleid en corruptie van de regering in Libanon. Het is een beeld dat me bijblijft, net als de vechthouding in Hong Kong tegen China of de protesten in Bolivia en Rusland. En na de gele hesjes in Frankrijk, is nu ook in Iran protest tegen de brandstofprijsverhoging van 50 procent.

Niet alleen mondiaal, ook binnen Europa zien we verschillende reacties op protesten. Waar Frankrijk kiest voor het betrekken van burgers (via loting worden burgers uitgekozen die meedenken over de terugstoot van CO2 en de verhoging van brandstofprijzen), staat in Polen de onafhankelijkheid van de rechtspraak onder druk. Hiermee ligt ook de democratie onder vuur, want het volk is niet langer de bron van legitieme machtsuitoefening.

Kortom: burgers zijn in beweging. Strijd is van alle tijden, maar nu zien we dat die strijd mondiaal, nationaal en lokaal overeenkomsten vertoont. Terugkerende onderwerpen zijn aandacht voor de democratie, economische ongelijkheid en de trage klimaataanpak. Binnen Europa staat bovendien de democratie met burgerrechten onder druk in landen als Polen, Hongarije en Bulgarije.

Lastig, zo niet onmogelijk

Het strijdtoneel zorgt ook in Nederland voor maatschappelijke spanningen, getuige de burgers die in Amsterdam protesteerden tegen de klimaatbeweging (en zijn opgepakt). Of de boeren die met hun tractoren de grootste file ooit veroorzaakten om op het Malieveld in Den Haag te protesteren tegen de aanpak van de stikstofproblematiek. Deze raakt veel boeren die in de buurt van Natura 2000-gebieden wonen die al langer onder druk staan. Tot nu toe gaf de regelgeving hun wel enige ruimte en flexibiliteit, maar na de stikstofuitspraak van de Raad van State en het dreigende strakke overheidsbeleid wordt dat lastiger, zo niet onmogelijk. En met de vergrijzing staat ook de zorg onder druk. Mede hierdoor kwamen recent ook de verplegers en verpleegsters in actie.

Een andere vorm van spanning komt door protesten waarbij sprake is van geweld. Denk aan de boeren die woedend het provinciehuis in Groningen binnendringen, de aanhoudingen tijdens het bouwprotest, de Pietendemonstratie in Friesland en de knokploegen tegen de ‘kick-out zwarte piet’-beweging.

“De oplossing voor single-issue onvrede is nooit een single-issue beleidsmaatregel”

Volgens Wikipedia is protest ‘het uitdrukken van negatieve gevoelens omtrent bepaalde politieke of maatschappelijke problemen. Op deze manier hopen mensen een verandering in de samenleving te bewerkstelligen.’ Het belang van protest is dus dat partijen gehoord kunnen worden en dat gewezen wordt op mogelijke misstanden. Daarnaast is het van belang dat het niet alleen gaat om het uiten van negatieve gevoelens, maar ook om positieve acties die kunnen leiden tot verandering in de samenleving. De aangehaalde voorbeelden betreffen vaak single-issue-onvrede (Wij zijn tegen! Wij zijn voor!). De oplossing voor deze onvrede is echter nooit een single-issue-beleidsmaatregel. Op nationaal niveau vraagt dit om doortastende besluitvorming.

Een mooie kans

Veel traditionele partijen zien dat de langgekoesterde ideologieën onder druk staan. De trend van ‘single-issue’-partijen vraagt de traditionele partijen om te vernieuwen, om te voorkomen dat de politiek alleen reageert op incidenten en losse deelbelangen. Veel politieke partijen staan hiermee voor een herijking van hun ideologie, mede vanuit een langetermijnvisie. Dit biedt kansen voor de grote ruimtelijke opgaven waar we voor staan. Hierbij is multilaterale aanpak van zeer grote waarde, al kan een ‘single-issue’-breekijzer een vastgelopen grote ruimtelijke opgave ook weer in beweging brengen.

Protesten vormen een trend die ook gebiedsontwikkeling raken. Gebiedsontwikkeling heeft enerzijds een traditie van het samenbrengen van – soms tegenstrijdige – belangen, iets waar andere sectoren van kunnen leren. Tegelijk staat deze integrale aanpak ook onder druk. Na een tijd van multilaterale overeenkomsten wordt er wereldwijd steeds vaker gekozen voor bilaterale overeenkomsten. Gezien de vele relevante beleidsvelden die aan gebiedsontwikkeling raken, moeten we ook hier mee leren omgaan. 

De stikstofcrisis illustreert dat in ons kleine land heldere en soms harde keuzen onvermijdelijk zijn. Protest hoort hierbij, maar voorkom polarisatie. Onze democratie vraagt onderhoud. Naast passende en heldere wetgeving, zijn debat en gesprekken over gemeenschappelijke publieke waarden een belangrijke sleutel. Dat biedt een mooie kans voor gebiedsontwikkeling. Met haar ervaring vervult ze een voortrekkersrol over hoe in te spelen op de huidige en toekomstige werkelijkheid.

Depot Rotterdam: van kritisch tot kansrijk

Soms ben je kritisch op een voorgenomen ontwikkeling en pakt die achteraf toch goed uit. Agnes Franzen zette in 2015 haar vraagtekens bij de financiering van het Depot-gebouw in Rotterdam, maar ziet nu dat het waarde heeft voor de hele stad. “Gemeente, blijf je controlerende taak serieus nemen.”

In 2015 jaar schreef ik samen met Friso de Zeeuw (toen nog hoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft) in NRC een kritisch stuk over het door MVRDV ontworpen ‘Depot’ in Rotterdam. Dit gebouw is bedoeld als archief van het Museum Boijmans van Beuningen. Daarnaast biedt het gebouw een route om deze hele collectie te bezoeken. Uniek, want er is wereldwijd geen museum met eenzelfde mogelijkheid. Daarnaast heeft het gebouw een openbaar dakterras. De kritiek in 2015 richtte zich voornamelijk op de financiële kant. Ondanks private steun voor de korte termijn, vraagt dit gebouw om financiering met een lange adem.

Depot gebouw in aanbouw

Waarom opnieuw een stuk over dit gebouw? Dat betreft een bekentenis over de publieke waarde die het Depot voor de stad heeft. Het gebouw in aanbouw trekt namelijk nu al veel toeristen. Veel van hen zijn overweldigd. Het geeft met de spiegels aan de buitenkant een prachtig beeld van de verschillende kenmerken van Rotterdam. Samen met het (nog te openen) dakterras kunnen bezoekers een persoonlijk verhaal over Rotterdam vormgeven: eerst door te kijken in ‘de spiegels’, vervolgens door op het dakterras in 360 graden de hele stad te aanschouwen.

Een tweede punt van kritiek was de aantasting van het park van Bruno Brunier. Die aantasting werd toentertijd door vele mensen gerelativeerd. Het te bebouwen deel was volgens Boijmans-directeur Sjarel Ex een ‘grindbak’. De gemeente heeft er inmiddels voor gekozen om een groter gebied rond het Depot te vergroenen. Hier zie ik een uitdaging voor een landschappelijk architect om meer recht te doen aan het oorspronkelijk ontwerp, dat vier delen bevat met ieder een eigen identiteit. Nu lijkt het oorspronkelijk ontwerp van Brunier een vierde groene deel te krijgen, iets dat de bezoekers van het Depot kunnen ervaren als een amoebe vorm. Dat past niet bij de vier vierkanten met ieder een eigen landschappelijke invulling.

Het gebouw opent naar verwachting in 2021. De bezoekers zullen zeker de eerste jaren helpen om de exploitatie rond te krijgen. Daarnaast heeft het aantrekken van bezoekers een positieve waarde voor de hele stad. Niettemin blijft een kritiekpunt overeind, namelijk wat de exploitatie van dit gebouw betekent voor andere gebiedsontwikkelingen. De gemeente wil namelijk ook investeren in andere grote projecten, zoals een nieuwe brug of tunnel als verbinding tussen de wijken De Esch en Feijenoord, de transformatie van het Merwevierhavengebied naar een maakstad, en in een (stevig bediscussieerd) nieuw Feyenoord-stadion. De gemeente moet daarom haar controlerende taak serieus blijven nemen en aandacht houden voor de exploitatie van het Museum Boijmans van Beuningen met het Depot-gebouw, aangezien de bijdrage van de gemeente niet meer beschikbaar is voor andere stedelijke investeringen.

Protest !

Na een relatieve stille periode, zien we sinds de kredietcrisis een groei van protesten. Wereldwijd komen burgers steeds vaker met een kritisch geluid richting de politieke leiders. Vandaag de dag gaat er zelden een week voorbij zonder geluid vanuit de samenleving over hun toekomst. Denk aan het protest in de vorm van yoga-bijeenkomsten op straat tegen het wanbeleid en corruptie van de regering in Libanon. Een beeld dat je bij blijft. Net als de vechthouding in Hong Kong tegen China of de protesten in Bolivia en Rusland. En na het gele hesjes protest in Frankrijk, nu ook in Iran protest tegen de brandstofverhoging van 50 procent.

Waar Frankrijk, via loting, burgers heeft uitgekozen om mee te denken over de terugstoot van CO2 en de verhoging van brandstofprijzen werd in Iran na het protest het internet voor 24 uur afgesloten. Niet alleen mondiaal ook binnen Europa zien we verschillende reacties op protesten. Waar Frankrijk kiest voor het betrekken van burgers, staat in Polen de onafhankelijkheid van de rechtspraak onder druk. Hiermee ligt ook democratie onder vuur, het volk is niet langer de bron van legitieme machtsuitoefening.

Kortom burgers in beweging. Strijd is van alle tijd, maar nu zien we mondiaal, nationaal en lokaal overeenkomsten. Terugkerende onderwerpen zijn: aandacht voor de democratie, economische ongelijkheid en een groeiend protest tegen de trage klimaataanpak. Binnen Europa staat de democratie met burgerrechten onder druk in landen als Polen, Hongarije en Bulgarije.

Democratie ontstaat niet vanzelf, het vraagt continue om aandacht en een passende invulling van het leiderschap. Economische ongelijkheid zien we in alle landen, en ook een verschuiving in het politieke landschap, met meer versplintering en de opkomst van de ‘single-issue’ partijen. In Noordwest-Europa zien we een opvallend groeiende hoeveelheid jongeren – Gretha Thunberg voorop – die strijden voor het daadwerkelijk aanpakken van de klimaatproblemen.

Het strijdtoneel zorgt ook in Nederland voor maatschappelijke spanningen, getuige de burgers die in Amsterdam protesteerden tegen de klimaatbeweging en zijn opgepakt. Of de boeren die met hun tractoren de grootste file ooit veroorzaakten om op het Malieveld in Den Haag te protesteren tegen de aanpak van de stikstofproblematiek voor hun sector. De stikstofproblematiek raakt veel boeren die in de buurt van Natura 2000-gebieden wonen, bij gebieden die al langer onder druk staan. Tot nu toe gaf de regelgeving hen wel enige ruimte en flexibiliteit, maar na de stikstofuitspraak van de Raad van State en het dreigende strakke overheidsbeleid wordt dat lastiger, zo niet onmogelijk. Met de vergrijzing staat ook de zorg onder druk. Mede hierdoor kwamen recent ook de verplegers en verpleegsters in actie.

Een andere vorm van spanning is een gevolg van activiteiten waar sprake is van  geweld. Denk aan de boeren die woedend het provinciehuis in Groningen binnendringen, de aanhoudingen tijdens het ‘bouwprotest, de Pietendemonstratie in Friesland en de knokploegen tegen de ‘kick-out zwarte piet’-beweging.  

‘De oplossing voor single-issue onvrede is nooit een single-issue beleidsmaatregel’

Volgens Wikipedia is protest: ‘het uitdrukken van negatieve gevoelens omtrent bepaalde politieke of maatschappelijke problemen. Op deze manier hopen mensen een verandering in de samenleving te bewerkstelligen.’ Het belang van protest is dus dat partijen gehoord kunnen worden en dat gewezen wordt op mogelijke misstanden. Daarnaast is het van belang dat het niet alleen gaat om het uiten negatieve gevoelens, maar ook om positieve acties die kunnen leiden tot verandering in de samenleving. De aangehaalde voorbeelden betreft vaak single-issue onvrede (Wij zijn tegen! Wij zijn voor!). De oplossing voor deze single-issue onvrede is echter nooit een single-issue beleidsmaatregel. Op nationaal niveau vraagt dit om doortastende besluitvorming.

Veel traditionele partijen zien dat de langgekoesterde ideologieën onder druk staan. De trend van ‘single-issue’ partijen vraagt de traditionele partijen om te vernieuwen. Dit om te voorkomen dat er alleen gereageerd wordt op incidenten en op losse deelbelangen. Veel politieke partijen staan hiermee voor een herijking van hun ideologie, mede vanuit een lange termijnvisie. Dit biedt kansen voor de grote ruimtelijke opgaven waar we voor staan. Hierbij is multilaterale aanpak van zeer grote waarde, al kan een ‘single-issue’ breekijzer een grote ruimtelijke opgave ook weer in beweging brengen.

Het zijn trends die ook de gebiedsontwikkeling raken. Gebiedsontwikkeling heeft een traditie van het samenbrengen van – soms tegenstrijdige – belangen. Hier kunnen andere sectoren van leren. Tegelijk staat deze integrale aanpak ook onder druk. Na een tijd van multilaterale overeenkomsten wordt er wereldwijd nu steeds vaker gekozen voor bilaterale overeenkomsten. Gezien de diverse relevante beleidsvelden die aan gebiedsontwikkeling raken, moeten we ook hier mee leren omgaan. De stikstofcrisis illustreert dat in ons kleine land heldere en soms harde keuzen onvermijdelijk zijn. Protest hoort hierbij, maar voorkom polarisatie. Onze democratie vraagt onderhoud. Naast passende en heldere wetgeving zijn debat en het voeren van gesprekken over gemeenschappelijke publieke waarden een belangrijke sleutel. Een mooie kans voor gebiedsontwikkeling. Met haar ervaring vervult ze een voortrekkersrol. Met als kracht hoe in te spelen op de huidige en toekomstige werkelijkheid.

Willen we een no-deal landschap?

Laat de NOVI geen serie van ‘no deals’ worden, met Belgische landschappen tot gevolg. Laten we voor forse ruimtelijke uitdagingen als de energietransitie, de woningbouw en de stikstofcrisis gaan voor ‘go deals’, stelt Agnes Franzen in haar column in ROMagazine.

Deze zomer was ik aan de kust van Zuidwest-Engeland. Een gebied met veel vergane glorie. De badplaatsen waren voor de Engelsen populaire vakantiebestemmingen tot de jaren tachtig. Maar langzaamaan trokken veel mensen steeds vaker naar de Turkse en Spaanse kusten. Een ontwikkeling die we nu zien bij bedrijven: honderd bedrijven hebben vanwege de onzekerheid rond de Brexit de keuze gemaakt om uit Groot-Brittannië te vertrekken. Dit aantal groeit. De bedrijven vrezen een no-deal Brexit, waardoor hun toegang tot de Europese markt uitermate lastig zou kunnen worden.

Cover: Landschap windmolens_Photo by Niels Bosman on Unsplash

Deze ontwikkeling brengt me op de vraag welke deals voor de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn te maken. In een ideale situatie komen uiteenlopende disciplines en bestuurders tot een gemeenschappelijke ruimtelijke visie en uitwerking. Dit lijkt eenvoudig, maar is het vaak niet. Ook de zoektocht naar voldoende investeringsgeld en waar dan met prioriteit in te investeren, is een forse uitdaging. Les van de Brexit: soms is het noodzakelijk om je eigen vak of je eigen politieke belang te overstijgen. Denk niet als alleswetende of alleen vanuit macht. Niet alles is direct op te lossen. Soms zal de (regionale) overheid tegen de haren instrijken van lokale spelers, in andere gevallen is het beter te kiezen voor een pauze.

Leen Verbeek (PvdA), Commissaris van de Koning in Flevoland, verwoordde dit in een gesprek dat ik laatst met hem had glashelder: ‘dat je weliswaar altijd moet proberen bij tegenstellingen partijen tot overeenstemming te brengen. Echter in de huidige polariserende samenleving moeten we ook onder ogen zien dat er moed voor nodig is om te concluderen dat een compromis niet haalbaar is. In de afweging is het nemen van een besluit dan vaak van een hogere orde, dan de ambitie van een compromis.”

Een actueel voorbeeld van de hogere orde in een ander domein is het verschil van mening tussen minister Ingrid van Engelshoven en diverse universiteiten over hoe het rijksgeld het beste kan worden verdeeld. De minister legt op advies van de Commissie-Van Rijn met de beschikbare financiering voor het hoger onderwijs het accent bij bèta- en techniekstudies. Dit vanwege de grote vraag op de arbeidsmarkt naar deze kennis en voor een sterke concurrentiepositie met het buitenland.

De wetenschappers en de minister zijn het eens dat universiteiten minder met elkaar moeten concurreren. De protesten richten zich voornamelijk op het beperkte budget en het accent op de bèta- en techniekrichtingen wat betreft de verdeling van de beschikbare middelen. Dit helpt volgens de medewerkers van de universiteiten niet om de samenwerking tussen disciplines te stimuleren en over je grenzen heen te leren denken en werken.

Of het nu gaat om de toekomst van de universiteiten of de NOVI, het Brexit-drama maakt duidelijk dat er veel verloren gaat als men blijft hangen in politieke strijd. We staan voor majeure opgaven met het energievraagstuk, het woningtekort en de toenemende macht van nieuwe mega-bedrijven. Eerder schreef ik over de opkomst van de digitale reuzen in de Wieringermeerpolder in ruil voor agrarische gronden. En recent agendeerden Joks Janssen en Cees-Jan Pen het willekeurige landen van grote bedrijfsdozen in het landschap van Noord-Brabant. De dozen leveren werkgelegenheid op, maar te weinig wordt nagedacht over de omvang, waar en hoe je ze plaatst of hoe je ze koppelt aan de energieopgave.

Recent is hier de programmatische aanpak stikstof (PAS) bijgekomen. De boodschap van D66 is om de veestapel te halveren. Koeien in de wei mogen blijven, maar varkens en kippen, daar hebben we er veel te veel van. Op de vrijkomende plekken kunnen we de broodnodige nieuwe woningen. Zo zien we al koop van stikstofrechten van boerenland om woningbouw mogelijk te maken. Een nadeel voor de één kan voordelen voor de ander brengen. Overigens reageerde CU minister Carola Schouten kritisch, gezien het lopende stikstofonderzoek onder leiding van oud-minister Remkes.

Het huidige Nederland staat voor een veelal nog onderschatte en zeer omvangrijke ruimtelijke transformatie met lastige beslissingen. Laat de NOVI geen serie van no deals worden, met Belgische landschappen (denk aan de route Brussel-Antwerpen) tot gevolg. Een no deal is soms onvermijdelijk, maar laten we voor de forse ruimtelijke uitdagingen als de energieopgave, het woningtekort en de PAS gaan voor ‘go deals’.

Samenwerking van diverse partijen om tot een goed perspectief te komen is één, maar zorg ook voor een haalbare investeringsstrategie. Voorliggende opgaven vragen om harde keuzes, iets wat lange tijd niet nodig was. Soms is hierbij in de woorden van Commissaris Verbeek een hogere orde besluit nodig. Protest hoort erbij en kan mede richting geven voor dit type besluiten om een koers en geld te regelen. Laat de Brexit hierbij een les zijn, blijf niet hangen in de politieke strijd. Stuur met de NOVI op economische en duurzame haalbare doelen en verlies de waarde van de ruimtelijke kwaliteit in ons kleine polderland hierbij niet uit het oog.

Agnes Franzen over ouderenhuisvesting: “Wacht niet op elkaar, begin gewoon”

Agnes Franzen benadrukt graag de innovatiekansen die de opgave van ouderenhuisvesting biedt. Als strategisch adviseur gebiedsontwikkeling aan de TU Delft raadt ze overheden en ontwikkelaars aan buiten de deur te kijken. “Bedenk samen met bewoners, ondernemers en zorgorganisaties nieuwe concepten. Het is immers onze gezamenlijke verantwoordelijkheid de optimale condities voor wonen te creëren.”

Interview door Marit Overbeek

1. Hoe wil de zilveren generatie wonen?

“Niet op een, maar op allerlei verschillende manieren. Je hoort over ‘seniorendorpen’ naar Amerikaans model, dat vindt een bepaalde groep vast ideaal. Ook zijn er mensen die gemeenschapszin belangrijk vinden en veel invloed willen op hun toekomstige woonomgeving, die bouwen bijvoorbeeld via Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Mooie aan bijvoorbeeld het initiatief Knarrenhof is de diversiteit in leeftijden: niet alleen zeventigplussers, ook jongere mensen. Zij willen elkaar helpen en samen het hofje beheren. Maar dat ligt niet iedereen.”

2. En als je niet ‘samen’ wilt?

“Vermogende ouderen kunnen zelf zorg aan huis regelen. Mensen die dat niet kunnen betalen en nog vrij zelfstandig zijn, help je door in hun woongebouw of wijk veel voorzieningen te bieden. Zoals winkels of wijkcentra voor ontmoeting, activiteiten en gezamenlijk eten. Dat geeft rust, veiligheid en gezelligheid. Of door domotica in huis aan te brengen, als er tenminste mantelzorgers in de buurt zijn.

Dit zijn ook prikkels om mensen te laten doorstromen. De meeste ouderen verhuizen pas als het te laat is, soms met tragische gevolgen: terechtkomen in een verzorgingshuis ver weg van je kinderen. Bij professionals is de urgentie op dit onderwerp hoog, bij veel mensen zelf niet. Zo las ik net De oude vrouw en de katten van J.M. Coetzee, over een dame in Spanje wiens kinderen haar dichterbij willen hebben omdat ze ouder wordt. Maar ze woont naar alle tevredenheid met haar katten in een klein dorpje en wil niet verhuizen. Dit geeft maar aan dat je niet voor iedereen iets móet regelen.

Kortom: er is niet één oudere. Zoveel senioren, zoveel wensen. Dat is interessant voor ontwikkelaars en woningbouwers: wat kun je voor al deze types maken? Dat stimuleert vernieuwing in productontwikkeling. En dat is toch het leukste wat er is.”

Agnes franzen interview by Maikel Samuels

3. Wat we al bouwen is niet voldoende?

“Terwijl het aantal zeventigplussers fors toeneemt, ervaren we nu al een mismatch tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Ontwikkelaars zijn druk bezig, maar de vaart zit er nog niet in. En ik zie dat één ding vaak vergeten wordt: het ontwerp van de buitenruimte. Is die toegankelijk genoeg ontworpen en is de buurt zo opgezet dat je je buren vaak tegen het lijf loopt? Eenzaamheid is immers een groot probleem onder ouderen. 

In China viel me op dat mensen meer buiten zijn. Op overdekte lanen spelen ouderen urenlang samen mahjong. Ook in mijn woonplaats Rotterdam merk ik dat jongeren steeds meer buiten leven: ze slepen allerlei meubels mee om daar comfortabel te kunnen verblijven. Is daarin voorzien in je gebiedsontwikkeling? Ik merk dat de openbare ruimte of de aansluiting van een nieuwe woonwijk op stad of dorp vaak een ondergeschoven kindje is.”

4. Is dit niet een te grote verantwoordelijkheid voor ontwikkelaars?

“Eenzaamheid onder ouderen is vooral de verantwoordelijkheid van de kinderen, omgeving en henzelf, niet van een ontwikkelaar. De condities van onze woonomgeving optimaliseren, dat is wél je verantwoordelijkheid. Bovendien is het toch je core business om woonproducten te ontwerpen die inspelen op de vraag?

Zo heeft Heijmans de verplaatsbare Heijmans ONE ontworpen voor een- of tweepersoonshuishoudens. Ga in die trant door, zoiets als ‘een woonvorm voor 50- tot 60-jarigen die vooruit kijken en die gemeenschap en contact belangrijk vinden, een modaal inkomen hebben, van tuinieren houden’, etc.

Opdrachtgevers en ontwikkelaars dienen na te denken over voorzieningen bij die woonvormen. Die hoef je niet zelf te bedenken.  Initieer samenwerkingsverbanden met zorginstellingen of ondernemers. Je kan dit immers niet alleen. Zoek die mensen op, om open en eerlijk te bespreken wat kansen en obstakels zijn. Niemand heeft alle antwoorden, maar elkaars kennis gebruiken levert veel op. Die kennis zorgt ervoor dat je bijdraagt aan maatschappelijke opgaven met passende producten.”

5. Wat zou daarbij helpen?

“Keuzes maken als overheid. In de net gelanceerde Nationale Omgevingsvisie, de Novi, wordt veel te veel opengelaten. Pijnlijke keuzes worden vermeden. De uitvoeringsagenda is nog niet klaar, ik hoop dat ze daarin wat meer richting geven. Kiezen hoort bij je rol als bestuurder.

Opdrachtgevers kunnen in ieder geval ontmoetingen aanjagen, goede voorbeelden laten zien, luisteren naar waar ontwikkelaars en bouwers vastlopen op wet- of regelgeving en stoppen met alle opdrachten via tenders uit te geven. Wacht vooral niet op elkaar, begin gewoon.”

Foto: Maikel Samuels

Innoveren voor de zilveren generatie

Agnes Franzen benadrukt graag de innovatiekansen die de opgave van ouderenhuisvesting biedt. Als strategisch adviseur gebiedsontwikkeling aan de TU Delft raadt ze overheden en ontwikkelaars aan buiten de deur te kijken. “Bedenk samen met bewoners, ondernemers en zorgorganisaties nieuwe concepten. Het is immers onze gezamenlijke verantwoordelijkheid de optimale condities voor wonen te creëren.”

29 juli 2019 Interview door Marit Overbeek (Heijmans )

1 Hoe wil de zilveren generatie wonen?

“Niet op een, maar op allerlei verschillende manieren. Je hoort over ‘seniorendorpen’ naar Amerikaans model, dat vindt een bepaalde groep vast ideaal. Ook zijn er mensen die gemeenschapszin belangrijk vinden en veel invloed willen op hun toekomstige woonomgeving, die bouwen bijvoorbeeld via Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Mooie aan bijvoorbeeld het initiatief Knarrenhof is de diversiteit in leeftijden: niet alleen zeventigplussers, ook jongere mensen. Zij willen elkaar helpen en samen het hofje beheren. Maar dat ligt niet iedereen.”

2 En als je niet ‘samen’ wilt?

“Vermogende ouderen kunnen zelf zorg aan huis regelen. Mensen die dat niet kunnen betalen en nog vrij zelfstandig zijn, help je door in hun woongebouw of wijk veel voorzieningen te bieden. Zoals winkels of wijkcentra voor ontmoeting, activiteiten en gezamenlijk eten. Dat geeft rust, veiligheid en gezelligheid. Of door domotica in huis aan te brengen, als er tenminste mantelzorgers in de buurt zijn.

Dit zijn ook prikkels om mensen te laten doorstromen. De meeste ouderen verhuizen pas als het te laat is, soms met tragische gevolgen: terecht komen in een verzorgingshuis ver weg van je kinderen. Bij professionals is de urgentie op dit onderwerp hoog, bij veel mensen zelf niet. Zo las ik net De oude vrouw en de katten van J.M. Coetzee, over een dame in Spanje wiens kinderen haar dichterbij willen hebben omdat ze ouder wordt. Maar ze woont naar alle tevredenheid met haar katten in een klein dorpje en wil niet verhuizen. Dit geeft maar aan dat je niet voor iedereen iets móet regelen.

Kortom: er is niet één ‘oudere, zoveel senioren, zoveel wensen. Dat is interessant voor ontwikkelaars en woningbouwers: wat kun je voor al deze verschillende types maken? Dat stimuleert volgens mij vernieuwing in productontwikkeling. En dat is toch het leukste wat er is.”

3 Wat we al bouwen is niet voldoende?

“Terwijl het aantal zeventigplussers fors toeneemt, ervaren we nu al een mismatch tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Ontwikkelaars zijn druk bezig, maar de vaart zit er nog niet in. En ik zie dat een aantal dingen vaak vergeten wordt: het ontwerp van de buitenruimte. Is die toegankelijk genoeg ontworpen en is de buurt zo opgezet dat je je buren vaak tegen het lijf loopt? Eenzaamheid is immers een groot probleem onder ouderen. 

Ouderen in China.jpg

In China viel me op dat mensen meer buiten zijn. Op overdekte lanen spelen ouderen urenlang samen mahjong. Ook in mijn woonplaats Rotterdam merk ik dat jongeren steeds meer buiten leven: ze slepen allerlei meubels mee om daar comfortabel te kunnen verblijven. Is je daarin voorzien in je gebiedsontwikkeling?
Ik merk dat de openbare ruimte of de aansluiting van een nieuwe woonwijk op stad of dorp vaak een ondergeschoven kindje is.”

4 Is dit niet een te grote verantwoordelijkheid voor ontwikkelaars?

“Eenzaamheid onder ouderen is vooral de verantwoordelijkheid van de kinderen, omgeving en henzelf, niet van een ontwikkelaar. De condities van onze woonomgeving optimaliseren, dat is wél je verantwoordelijkheid. Bovendien is het toch je core business om woonproducten te ontwerpen die inspelen op de vraag?

Agnes Franzen Piushaven Tilburg 5.jpg

Zo heeft Heijmans de verplaatsbare Heijmans ONE ontworpen voor een- of tweepersoonshuishoudens, ga in die trant door. Zoiets als ‘een woonvorm voor 50 tot 60-jarigen die vooruit kijken en die gemeenschap en contact belangrijk vinden, een modaal inkomen hebben, van tuinieren houden’, etc.

Opdrachtgevers en ontwikkelaars dienen na te denken over voorzieningen bij die woonvormen. Die hoef je niet zelf te bedenken, initieer samenwerkingsverbanden met zorginstellingen of ondernemers. Je kan dit immers niet alleen. Zoek die mensen op, om open en eerlijk te bespreken wat kansen en obstakels zijn. Niemand heeft alle antwoorden, maar elkaars kennis gebruiken levert veel op. Die kennis zorgt ervoor dat je bijdraagt aan maatschappelijke opgaven met passende producten.”

5 Wat zou daarbij helpen?

“Keuzes maken als overheid. In de net gelanceerde Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt mijns inziens veel te veel opengelaten. De uitvoeringsagenda is nog niet klaar, ik hoop dat ze daarin wat meer richting geven. Pijnlijke keuzes worden vermeden. En kiezen hoort bij je rol als bestuurder.

Opdrachtgevers kunnen in ieder geval ontmoetingen aanjagen, goede voorbeelden laten zien, luisteren naar waar ontwikkelaars en bouwers vastlopen op wet- of regelgeving en stoppen met alle opdrachten via tenders uit te geven. Wacht vooral niet op elkaar, begin gewoon.”

Agnes Franzen is gefotografeerd in de Piushaven in Tilburg, in dit gebied zijn plannen voor een woonzorgcomplex. Met dank aan Ingrid de Gooijer van de gemeente Tilburg.