Innoveren voor de zilveren generatie

Agnes Franzen benadrukt graag de innovatiekansen die de opgave van ouderenhuisvesting biedt. Als strategisch adviseur gebiedsontwikkeling aan de TU Delft raadt ze overheden en ontwikkelaars aan buiten de deur te kijken. “Bedenk samen met bewoners, ondernemers en zorgorganisaties nieuwe concepten. Het is immers onze gezamenlijke verantwoordelijkheid de optimale condities voor wonen te creëren.”

29 juli 2019 Interview door Marit Overbeek (Heijmans )

1 Hoe wil de zilveren generatie wonen?

“Niet op een, maar op allerlei verschillende manieren. Je hoort over ‘seniorendorpen’ naar Amerikaans model, dat vindt een bepaalde groep vast ideaal. Ook zijn er mensen die gemeenschapszin belangrijk vinden en veel invloed willen op hun toekomstige woonomgeving, die bouwen bijvoorbeeld via Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Mooie aan bijvoorbeeld het initiatief Knarrenhof is de diversiteit in leeftijden: niet alleen zeventigplussers, ook jongere mensen. Zij willen elkaar helpen en samen het hofje beheren. Maar dat ligt niet iedereen.”

2 En als je niet ‘samen’ wilt?

“Vermogende ouderen kunnen zelf zorg aan huis regelen. Mensen die dat niet kunnen betalen en nog vrij zelfstandig zijn, help je door in hun woongebouw of wijk veel voorzieningen te bieden. Zoals winkels of wijkcentra voor ontmoeting, activiteiten en gezamenlijk eten. Dat geeft rust, veiligheid en gezelligheid. Of door domotica in huis aan te brengen, als er tenminste mantelzorgers in de buurt zijn.

Dit zijn ook prikkels om mensen te laten doorstromen. De meeste ouderen verhuizen pas als het te laat is, soms met tragische gevolgen: terecht komen in een verzorgingshuis ver weg van je kinderen. Bij professionals is de urgentie op dit onderwerp hoog, bij veel mensen zelf niet. Zo las ik net De oude vrouw en de katten van J.M. Coetzee, over een dame in Spanje wiens kinderen haar dichterbij willen hebben omdat ze ouder wordt. Maar ze woont naar alle tevredenheid met haar katten in een klein dorpje en wil niet verhuizen. Dit geeft maar aan dat je niet voor iedereen iets móet regelen.

Kortom: er is niet één ‘oudere, zoveel senioren, zoveel wensen. Dat is interessant voor ontwikkelaars en woningbouwers: wat kun je voor al deze verschillende types maken? Dat stimuleert volgens mij vernieuwing in productontwikkeling. En dat is toch het leukste wat er is.”

3 Wat we al bouwen is niet voldoende?

“Terwijl het aantal zeventigplussers fors toeneemt, ervaren we nu al een mismatch tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Ontwikkelaars zijn druk bezig, maar de vaart zit er nog niet in. En ik zie dat een aantal dingen vaak vergeten wordt: het ontwerp van de buitenruimte. Is die toegankelijk genoeg ontworpen en is de buurt zo opgezet dat je je buren vaak tegen het lijf loopt? Eenzaamheid is immers een groot probleem onder ouderen. 

Ouderen in China.jpg

In China viel me op dat mensen meer buiten zijn. Op overdekte lanen spelen ouderen urenlang samen mahjong. Ook in mijn woonplaats Rotterdam merk ik dat jongeren steeds meer buiten leven: ze slepen allerlei meubels mee om daar comfortabel te kunnen verblijven. Is je daarin voorzien in je gebiedsontwikkeling?
Ik merk dat de openbare ruimte of de aansluiting van een nieuwe woonwijk op stad of dorp vaak een ondergeschoven kindje is.”

4 Is dit niet een te grote verantwoordelijkheid voor ontwikkelaars?

“Eenzaamheid onder ouderen is vooral de verantwoordelijkheid van de kinderen, omgeving en henzelf, niet van een ontwikkelaar. De condities van onze woonomgeving optimaliseren, dat is wél je verantwoordelijkheid. Bovendien is het toch je core business om woonproducten te ontwerpen die inspelen op de vraag?

Agnes Franzen Piushaven Tilburg 5.jpg

Zo heeft Heijmans de verplaatsbare Heijmans ONE ontworpen voor een- of tweepersoonshuishoudens, ga in die trant door. Zoiets als ‘een woonvorm voor 50 tot 60-jarigen die vooruit kijken en die gemeenschap en contact belangrijk vinden, een modaal inkomen hebben, van tuinieren houden’, etc.

Opdrachtgevers en ontwikkelaars dienen na te denken over voorzieningen bij die woonvormen. Die hoef je niet zelf te bedenken, initieer samenwerkingsverbanden met zorginstellingen of ondernemers. Je kan dit immers niet alleen. Zoek die mensen op, om open en eerlijk te bespreken wat kansen en obstakels zijn. Niemand heeft alle antwoorden, maar elkaars kennis gebruiken levert veel op. Die kennis zorgt ervoor dat je bijdraagt aan maatschappelijke opgaven met passende producten.”

5 Wat zou daarbij helpen?

“Keuzes maken als overheid. In de net gelanceerde Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt mijns inziens veel te veel opengelaten. De uitvoeringsagenda is nog niet klaar, ik hoop dat ze daarin wat meer richting geven. Pijnlijke keuzes worden vermeden. En kiezen hoort bij je rol als bestuurder.

Opdrachtgevers kunnen in ieder geval ontmoetingen aanjagen, goede voorbeelden laten zien, luisteren naar waar ontwikkelaars en bouwers vastlopen op wet- of regelgeving en stoppen met alle opdrachten via tenders uit te geven. Wacht vooral niet op elkaar, begin gewoon.”

Agnes Franzen is gefotografeerd in de Piushaven in Tilburg, in dit gebied zijn plannen voor een woonzorgcomplex. Met dank aan Ingrid de Gooijer van de gemeente Tilburg. 

Chinese lessen voor de Nationale Omgevingsvisie

Het klinkt gek, maar er zijn echt lessen te trekken uit hoe president Xi Jinping ‘zijn’ China bestuurt voor onze uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie. Hierbij een inventarisatie van Jinpings gedachtegoed en 4 adviezen.

Na mijn bezoek aan China dit voorjaar en het lezen van het boek ‘De nieuwe keizer’ van Ties Dams, denk ik dat we voor de Nationale Omgevingsvisie iets kunnen leren van de Chinese president Xi Jinping. Niet voor mensenrechten, inspraak of lessen over hoe burgers te betrekken bij ruimtelijke vraagstukken. Maar voor het doorhakken van knopen bij grote maatschappelijke vraagstukken kunnen we iets opsteken van de aanpak in de tweede economie van deze wereld.

Deze maand werd het ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI) gelanceerd. Dit geeft een impressie welke belangen op nationaal niveau richting moeten krijgen of geregeld moeten worden via vier prioriteiten:

  1. Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie
  2. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden
  3. Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken
  4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen

Om de belangen te wegen en tot keuzes te komen bij deze nationale vraagstukken staan drie uitgangspunten centraal: slimme combinaties maken waar dat mogelijk is, de kenmerken van het gebied centraal stellen, en – misschien wel de meest uitdagende – niet uitstellen of doorschuiven.

Wat zou Jinping ons hiervoor adviseren? Een mooie uitspraak uit De Nieuwe Keizer: “China dient potentiële crisissen kunstmatig te ontmantelen om ze om te buigen tot kansen.”

Verder beschrijft Dams vier principes die herkenbaar zijn vanuit het complexe proces bij gebiedsontwikkeling. Zij kunnen inspiratie geven voor het verder brengen van de Nationale Omgevingsvisie:

  1. China’s geschiedenis is de toekomst van de wereld
  2. In een multipolaire wereld winnen relaties het van instituties
  3. Mercantilisme en macht zijn keerzijden van dezelfde mondiale munt
  4. Onder de hemel is de Chinese beschavingsstaat soeverein

1: China’s geschiedenis is de toekomst van de wereld

Wat zijn leerzame historische wetmatigheden? Chinezen leren ook van ons, ze komen naar Nederland om te horen over onze omgang met water, of het nu gaat om de West-Friese omringdijk of de Haarlemmermeerpolder. Dit zijn voorbeelden die na eeuwen van plannenmakerij met een groot aantal arbeiders zijn gerealiseerd om de verwoestende werking van het water aan te pakken. Een recenter voorbeeld met een snellere aanpak is de waterramp in Zeeland, met als resultaat de mondiaal bekende Deltawerken. Les: het komen tot uitvoering vraagt tijd en samenwerking, ook al is de urgentie groot.

Principe 2: In een multipolaire wereld winnen relaties het van instituties

Dit is een les die al concreet tastbaar is. De NOVI-Alliantie (met daarin onder meer Neprom, VNO-NCW, gemeenten, natuurorganisaties en de leerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft) heeft de handen ineengeslagen om tot voorstellen te komen voor de uitvoering van de Nationale Omgevingsvisie. Wat gaan we op regionaal niveau doen, wie gaat dat doen en hoe gaan we dat betalen? Iedere regio heeft een eigen netwerk met partijen die verkennen welke relaties de komende jaren tot een sprong voorwaarts kunnen leiden. De Noord-kop rond Heerhugowaard zoekt samenwerking in de regio, maar ook met de Metropoolregio Amsterdam. Het Rijk, de provincie Zuid-Holland en gemeenten lanceerden de Woondeal Zuidelijke Randstad om de bouw van nieuwe woningen te versnellen.

Principe 3: Mercantilisme en macht zijn keerzijden van dezelfde mondiale munt

Ook binnen gebiedsontwikkeling zien we het zoeken naar win-winsituaties, het delen van lusten en lasten. Volgens Frank ten Have, expert in de financiën van gebiedsontwikkeling, zijn de belangrijkste lessen: vertrouwen tussen (publieke en private) partijen vraagt tijd, kies een passende samenwerking met een optimale taak- en risicoverdeling, en zoek een gemeenschappelijk belang met behoud van eigen identiteit. Maar vergeet niet dat binnenstedelijke transformaties het niet redden zonder publieke steun of een revolverend fonds.

Principe 4: Onder de hemel is de Chinese beschavingsstaat soeverein

We zien in China een machtige keizer die inzet op het beïnvloeden van interne zaken van andere landen: relatiemanagement met afspraken 1 op 1. Hoe zit dat bij de ruimtelijke ordening in ons land? Waar Nederland tot 2010 een ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer had, zijn de grote ruimtelijke opgaven nu ondergebracht bij diverse ministeries. Wonen, wijken, integratie en de Rijksgebouwendienst vallen onder het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Dit ministerie zit nu ook aan het stuur voor de Nationale Omgevingsvisie.  Maar verwacht vanuit BZK geen eindnota zoals in het verleden gebruikelijk. Wat we zien, is een proces van interactie met regionale allianties. Zo is het voor de Nationale Omgevingsvisie soms nodig dat urgente vraagstukken op regionaal (overstijgend) niveau beïnvloed worden via sturing, besluitvorming en financiële middelen, want anders komen zij niet verder. Voor sommige vraagstukken past het relatiemanagement van Jinping dus uitstekend.

Cover: Photo by Freeman Zhou on Unsplash

Lang leve de file!

Hoe houden we Nederland bereikbaar met de huidige files en de woningvraag? Door het hele land wordt voor de bereikbaarheid ingezet op een regio-overstijgende aanpak. Zo vertelde wethouder Monique Stam uit Heerhugowaard op de Provada dat ze over een bereikbare ‘Noord-kop’ in gesprek is met de Metropoolregio Amsterdam. Van het Rijk verlangt ze een helder kader om regionaal tot investeringskeuzes te komen.

Met zo’n kader kunnen gemeenten ook beter inzicht krijgen in nieuwe kansrijke woninglocaties naast en boven infrastructuur. Veel gemeenten kiezen ervoor maximaal binnenstedelijk te bouwen. Inspirerende voorbeelden: de Sijtwende-tunnel met daarop woningbouw in Den Haag, of recenter de A2 in Maastricht. Ook Leiden, de stad waar groeiruimte voor woningbouw al jaren onder druk staat, heeft ingezet op woningbouw dicht bij de snelweg. Nu nog met niet al te frisse lucht, maar met de groei van het elektrisch vervoer wordt dit een schone en een prima ontsloten plek om te wonen.

Naast de nodige investeringen in het verbeteren van de bereikbaarheid komt het rekeningrijden eraan. In Den Haag is het besef doorgedrongen dat met de groei van elektrisch vervoer, de schatkist miljarden aan brandstofaccijnzen mis gaat lopen. Met de inkomsten van rekeningrijden kan dit gedeeltelijk worden gecompenseerd.

Ook bij het openbaar vervoer zien we initiatieven om files te reduceren. Zo krijgen medewerkers van ASML en Vodafone niet langer een auto van de zaak, maar een 1e klas OV-kaart. Een stimulans om rond een OV-knooppunt te gaan wonen draagt ook bij aan filereductie. Hierbij past de recent gelanceerde OV-taks niet. Deze maatregel draagt niet bij aan de betaalbaarheid van wonen in de stad. Daarbij zijn er al genoeg andere stijgende kosten voor inwoners. De waterschapsbelasting ging dit jaar al fors omhoog en de kosten voor energie en zorg vertonen ook een stijgende lijn. Zorg daarom dat huisvesting – zeker voor de middeninkomens – betaalbaar blijft.

Laten we de ontwikkeling van alle woonkosten in het vizier houden en kiezen voor schone lucht. Rijk: stimuleer wonen rond het OV en zet in op verplicht elektrisch rijden. Rond Den Haag en Haarlem is  de vertraging op drukke tijden het grootst, zo blijkt uit de recente traffic index van navigatiebedrijf TomTom. Kijkend naar de druk op de woningmarkt, is Haarlem een mooie stad om versneld te onderzoeken hoe de ruimte rond infrastructuur nog beter kan worden benut voor de woningmarkt. Grijp de files en aanpak luchtvervuiling ook aan als ‘kans’ voor extra woningen rond stedelijke infrastructuur.

Zie verder: fd.nl/economie-politiek/1305131/automobilist-heeft-meeste-vertraging-in-den-haag-en-haarlem

Gezocht: een nieuwe Atlas voor onze wereld

Wie kan de actuele grote maatschappelijke uitdagingen dragen? Staat er ergens een nieuwe Atlas op, de Griekse god die de hele kosmos op zijn nek droeg? Zo’n ‘god’ blijkt in onze wereld lastig te vinden. We leven in een tijd van onzekerheid over gemeenschappelijke waarden en normen. Mondiaal en ook nationaal kunnen we niet meer om een divers palet aan waarden heen. De winst van het Forum voor Democratie bij de provinciale verkiezingen sluit hier op aan. De partij heeft als basis de boodschap dat het tijd is voor een ander politiek systeem. Zo pleit ze voor de e-democratie: luisteren en oog hebben voor de belangen van burgers door hen online te betrekken bij maatschappelijke vraagstukken.

Ook gebiedsontwikkeling staat voor een aantal maatschappelijke uitdagingen. Vele hiervan vragen om duidelijke keuzes op regionaal en nationaal niveau. Of het nu gaat om lokale ouderenzorg en de woningbouwopgave of Europese en mondiale vraagstukken als mobiliteit (vliegen en OV), energie en het klimaat. Na de relatief rustige Vinex-tijd met grotendeels ‘wonen in de wei’, is de diversiteit in omvang van woningbouwlocaties sterk veranderd. Binnenstedelijk, maar ook buitenstedelijk zijn gebiedsopgaven – mede door de genoemde maatschappelijke vraagstukken – complexer geworden. Er is sprake van een grotere diversiteit aan relevante actoren, ieder met hun eigen waarden en belangen, die makkelijk tot botsingen kunnen leiden bij het zoeken naar oplossingen.

’De diversiteit in omvang van woningbouwlocaties is sterk veranderd’

De nieuwe omgevingswet speelt hier op in. Deze wet streeft een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving na. Zij bundelt de wetgeving en de regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De kunst hierbij is het vinden van de balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het op democratische wijze in beeld brengen van diverse waarden bij relevante actoren en burgers is hierbij een bruikbaar instrument. Het geeft inzicht waar sprake is van overeenkomst en waar tegenstand kan worden verwacht.

De gesprekken over het klimaatakkoord zijn hiervoor een goede leerschool. Regionaal en lokaal is voor het klimaatakkoord veel werk verricht. De hieruit komende ruimtelijke opgaven delen niet alleen de behoeft aan harde en duidelijke nationale keuzes met een meerderheid van stemmen, maar ook ruimte en flexibiliteit om in te kunnen springen op lokale zaken en op mondiale en technologische ontwikkelingen. Met de factor tijd gaat het om het schetsen van mogelijke en gewenste langetermijnperspectieven, én om het vertrouwen op kleinere, incrementele stappen. Kortom, benut de rationele feiten, maar beweeg ook mee, en neem besluiten op een moment dat het maatschappelijk past.

’Meer debat, meer strijd om aandacht en meer machtsvertoon’

De wereld samen dragen gaat niet zonder strijd. Dit zien we bij de klimaatopgave en de hierbij horende Regionale Energie Strategie (RES). Na relatieve stille jaren in de ruimtelijke ordening, verwacht ik dat de komende jaren lawaaiiger zullen zijn. Meer debat, meer strijd om aandacht en meer machtsvertoon. Mondiaal is dit ultiem zichtbaar met de handelsoorlog tussen China en de VS. President Trump zet druk op China met het verkondigen van een verdere verhoging van de importheffing op Chinese goederen. Hiermee hoopt hij onder andere de Chinese markt – met nu nog veel staatsbedrijven- toegankelijker, transparanter en deels meer privaat te maken. President Xi Jinping richt zich ondertussen op het versterken van economische samenwerking via de Zijderoute, onder het motto van een win-winsituatie voor alle deelnemers. Maar tegelijkertijd focust hij via het uitgeven van leningen op het vergroten van de Chinese macht in diverse landen (loan to own). Deze machtspolitiek staat in schril contrast met het gecentraliseerde ‘kippenhok’ Europa.

’Online in beeld brengen wat de burgers vinden staat nog in de kinderschoenen’

Kan gebiedsontwikkeling hier iets van leren? Ja, ook hier staan we nationaal voor economische investeringskeuzes. Zo laat recent onderzoek van het PBL zien dat extra overheidsinvesteringen in zwakkere regio’s meer opleveren voor de sterkere omliggende regio’s. Zoals al eerder zichtbaar is geworden, vraagt de leefbaarheid in krimpregio’s om extra overheidsinvesteringen en aandacht. Weeg dit mee bij nationale besluiten om te komen tot passende oplossingen voor de grote maatschappelijke opgaven. Denk aan investeren in betaalbaar wonen vanuit het perspectief van onze ‘Holland Metropool’, inclusief een zeer ruim gebied om de grote steden heen. Met een integrale bril: wat zijn bijvoorbeeld bereikbare locaties waar bij bebouwingen de files niet worden verhoogd? Of voor de Veenkoloniën: bijdragen aan het klimaatakkoord met windmolens in ruil voor extra publiek geld voor onderwijs en ouderenzorg?

Online in beeld brengen wat de burgers vinden staat nog in de kinderschoenen en is nu nog iets te kort door de bocht voor de Haagse aanpak. Maar toch, richt de nationale blik niet alleen Europees en mondiaal. Denk aan Atlas in deze tijd: kijk voor de grote maatschappelijke opgaven naar de hele wereld, maar vergeet voor Nederland niet de benodigde tijd met ruimte voor oplossingen van burgers lokaal!

Cover: Wikimedia Commons, Public Domain

Ouderen een gat in de markt?

Deze maand lanceerde het kabinet de stimuleringsmaatregel wonen en zorg. Doel is het aanjagen van nieuwe vormen van wonen en zorg voor ouderen. Maar wie zijn de ouderen? En wat betekent dit voor de dagelijkse praktijk van gebiedsontwikkeling? Krijgen we in Nederland net als in de VS speciale dorpen voor 70+?

Ouder worden is het begin van een laatste levensfase, waarin het arbeidzame leven wordt afgerond. De huidige generatie ouderen is opgegroeid in een tijd van de wederopbouw, een tijd van het aangaan van wederzijdse verplichtingen. Een generatie opgegroeid met het ‘ oans bin zunig’ motto. Ooit slim ingezet in de reclame voor margarine met een vrouw in Zeeuwse klederdracht. Na de wederopbouw volgde een stijgende lijn in welvaart en werd de samenleving steeds individualistischer. Maar sinds het einde van de vorige eeuw is onder premier Wim Kok de overgang van de verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving in gang gezet.

‘Communities als mooi concept voor het langer zelfstandig wonen van ouderen’

Ook in gebiedsontwikkeling is participatie niet meer weg te denken. Of het nu gaat om binnenstedelijke nieuwbouw, het klimaatakkoord of gezonder leven. Het betrekken van burgers staat hoog op de agenda. Wat betekend dit voor de vergrijzingstrend? De oproep aan ouderen om te verhuizen uit de grote hypotheekvrije woning, maar ook (huur) appartementen zonder lift horen we steeds vaker. Waar de AOW leeftijd nu op 66 jaar staat, verschuift dit gaandeweg naar 70-75 jaar. En kijkend naar de demografische cijfers de komende decennia neemt dit aantal 70 plussers fors toe.

Gaat deze groep opzoek naar een andere woonvormen? Diverse onderzoeken laten zien dat er een mismatch is in de ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling naar leeftijd en het huidige woningaanbod. Na het individueel tijdperk horen we nu steeds vaker het belang van communities. Een concept dat mooi aansluit bij het langer zelfstandig wonen van ouderen. Naast de sociale dimensie, dragen gedeelde (zorg) voorzieningen bij aan de betaalbaarheid. Maar laten we niet vergeten dat veel ouderen van dit moment gezonder en fitter zijn dan hun ouders op dezelfde leeftijd. Veel ouderen peinzen er niet over om te verhuizen, ze wonen prima en betaalbaar of met een afgeloste hypotheek zelfs gratis. Al is er ook een groep kwetsbare ouderen met een extra zorgvraag. En kan een fitte oudere van de ene op de andere dag een zorgbehoevende oudere worden. Waarbij hij of zij door gebrek aan beschikbare voorzieningen in de nabijheid plotseling naar een onbekend stadsdeel of zelfs een andere gemeente voor een verpleeghuis moet verhuizen.

‘De nog onderbelichtte uitdaging voor het huisvesten van ouderen ligt op delen van ons platteland’

Dit alles overziend is het niet verwonderlijk dat ouderenhuisvesting in het stedelijk gebied steeds hoger op de agenda staat bij provincies, gemeenten, corporaties en beleggers. Gericht op een forse toevoeging van binnenstedelijke appartementen in de betaalbare middenhuur. Wooncomplexen met ruimte voor gedeelde voorzieningen, geschikt voor ouderen, maar indien nodig eenvoudig aan te passen voor een jongere doelgroep. Als dit lukt is het gebrek aan zorgpersoneel overigens waarschijnlijk nijpender dan de beschikbaarheid van woningen. De nog onderbelichtte uitdaging voor het huisvesten van ouderen ligt op delen van ons platteland.

Kijken we naar 2040, dan wonen hier relatief veel ouderen mede als gevolg van wegtrekkende jongeren. Een zwaartepunt van deze krimpende bevolkingstrend zien we in het gebied langs de grens met Duitsland en in de noordelijke provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Waar een ouder iemand in het stedelijk gebied eenvoudig zijn huis kan verkopen, is dat hier een stuk lastiger zo niet onmogelijk. De kans op eenzaamheid neemt toe en het aanbieden van gemeenschappelijke zorgvoorzieningen ligt hier een stuk lastiger. Wellicht krijgen we naar Amerikaans model enkele 70+ dorpen. Maar reisafstanden blijven groot en het openbaar vervoer is beperkt. Bij benodigde dagelijkse zorg moet vader of moeder plots 25-50 km verhuizen naar de plek met een zorg of verpleeghuis waar een kamer vrij is.

‘Bieden deze gebieden kansen voor de energietransitie?’

Concluderend, ja de vraag naar woningen voor ouderen is een gat in de markt en de vraag zal de komende jaren zeker stijgen. Naast nog enkele verpleeghuizen, gaat het om woningen voorzien van het gemak van een lift, aanbod van maaltijden plus persoonlijke zorg zoals een kapper en het doen van de was. In sterke economische regio’s, waar succesvol gestuurd wordt op realisatie van het segment middenhuur zal deze transformatie zich geleidelijk voltrekken. Maar op het platteland ontwikkeld zich een ander gat. Gebieden met een groot gebrek aan passende woningen en zorgvoorzieningen. Bij verkoop woningen die men aan de straatstenen niet kwijt kan. Bieden deze gebieden kansen voor de energietransitie? Met de protesten in de Veenkoloniën tegen de windmolens in ons achterhoofd wordt zo’n oplossing in deze krimpgebieden niet altijd enthousiast ontvangen. Met de blik vooruit het zien als vluchtoord bij een snel stijgende zeespiegel? Accepteren we gebieden met een fors aantal woningen in verval en steeds meer eenzame bejaarden? We horen weinig ouderen protest. De hoogste tijd om dit ‘gat in de markt’ met de provinciale verkiezingen hoog op de agenda te zetten.

Ander voedselpatroon als aanjager van landschappelijke veranderingen

De helft van het Nederlandse grondgebied is agrarisch. In Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Zeeland is dit zelfs meer dan 70%, waarvan  – naast akkerbouw en tuinbouw – meer dan de helft grasland. Een recent artikel in het medisch wetenschappelijk tijdschrift The Lancet roept op tot een drastische verandering in ons huidige voedingspatroon. Goed om te weten als land, dat met stip op 2 staat als voedselexporteur.

Om in 2050 de wereld duurzaam te kunnen voeden dient onze vleesconsumptie te worden gehalveerd. Bij het toekomstige eten moeten we denken aan volkoren granen, noten, peulvruchten, groente en fruit. Zelf staan Nederlanders zeker nog niet te trappelen van ongeduld voor deze omslag in eten. Eind vorig jaar had supermarkt AH bijvoorbeeld nog een twitterrelletje om een zwaar vegetarische kerstspecial. De tekst in de twitterstorm: er staan te weinig vlees- en visgerechten in. Wat betekent dit alles nu voor ons buitengebied? Naast robotisering, drastische krimp van varkensstallen en pluimvee, nog minder koeien in de wei, groei van gestapelde hogere glastuinbouw en een groei van de notenproductie met bij Nederland passende hazelnootstruiken en walnootbomen?

Behalve landschappelijke transformaties, speelt zich buiten het blikveld van veel stedelingen nu al een forse verandering af op agrarische gronden. Denk aan de datacentra en energielandschappen met zonnepanelen en windmolens op land en zee. Daarnaast wordt de aanpak van inklinkende veenweidegebieden steeds urgenter. In sommige gebieden is het niveau van de wegen en het waterpeil op een paar centimeter na gelijk. Keren we terug naar dijken, gemalen of terpen? Een pittige opgave naast het versterken van dijken en meer waterbergingsgebieden.

Ingrijpende veranderingen in het landschap zijn niet nieuw. In de tweede helft van de 19e eeuw maakte Nederland als gevolg van de industriële revolutie ook een drastische omslag door. Er kwamen fabrieken, de mensen trokken  van het platteland naar de stad en op diverse plekken reden tramlijntjes met stoomlocomotieven. In de 20e eeuw volgden verdere industrialisatie, ruilverkaveling, ontwikkeling van forse bedrijventerreinen en het opslokken van het buitengebied door rijtjeswoningen in groeikernen en met de Vinex langs stedelijke randen. Hoe verder? Wat past bij onze Holland Metropool? Hoe gaan we om met de economische impact? Wat raakt onze gezondheid? En wat koesteren we vanuit gebiedsontwikkeling? Is de canon van het Nederlandse landschap nog actueel? Het is de hoogste tijd om deze sluimerende ontwikkelingen op de agenda te zetten. Wake-up burgers, boeren en buitenlui!

Hup, Holland hup: we laten het mondiale klimaat in haar hempie staan

Met de provinciale verkiezingen in aantocht zien we vooral nationaal een opleving van populistisch taalgebruik. Volgens de Belgische filosoof David Van Reybrouck moeten we populisme niet wegzetten als iets slechts, maar als iets dat gaat over verbeteren. Volgens hem is populisme protestpolitiek. Wat kan gedaan worden aan de groeiende kloof tussen een steeds vaker protesterende massa en de elite? Premier Rutte ziet ook ruimte voor populisme. Het past volgens hem bij het luisteren naar het volk en hun zorgen. Mits men zich niet richt op provocatie van burgers, maar er ook serieuze oplossingen worden gepresenteerd.

Een actueel mooi voorbeeld is de reactie van president Macron op het Gele Hesjes-protest in Frankrijk. Na het terugdraaien van enkele klimaatmaatregelen roept de president zijn burgers begin dit jaar op voor een nationaal debat, onder andere over het klimaat. Bij zijn eerste bezoek in Normandië in het plaatsje Grand Bourgtheroulde ging hij in gesprek met bewoners en 600 burgemeesters. Hij startte het gesprek met ‘mijn enige zorg bent u’ en bleef zo’n zeven uur om daadwerkelijk een gesprek te kunnen voeren.

‘Met de aankomende provinciale verkiezingen neemt het populistische taalgebruik bij politici toe’

Laten we met deze bril op eens kijken wat we horen vanuit Den Haag over de Klimaatwet. Met de aankomende provinciale verkiezingen neemt het populistische taalgebruik bij politici toe. Maar weinig mensen zal de uitspraak van Klaas Dijkhoff van de VVD in de Telegraaf zijn ontgaan, waarin hij zijn handen van het klimaatakkoord afhaalt. Eerder gaven de PVV en Forum voor Democratie (FVD) aan tegen de Klimaatwet te zijn. Bij de PVV hoorde we: het is een ‘vreselijke wet’ die Nederland naar ‘de knoppen’ helpt. En volgens FVD is er zelfs geen klimaatprobleem en heeft de mensheid er geen invloed op.

Bovenstaande geluiden gaan niet in op burgerprotest of burgerinitiatieven. Het is een vorm van inhoudsloze protestpolitiek. De uitspraken bevatten ook geen begrijpelijke oplossingen voor burgers, gegeven de uitdaging waar Nederland voorstaat met het Parijse Klimaatakkoord uit 2015. Ja, we zijn maar een klein land en leveren een bescheiden bijdrage aan de wereldwijde CO2 reductieopgave. Ja, landen als China, Rusland en de VS kunnen een veel groter verschil maken. En ja, president Trump trekt voor de VS zijn handen af van het Parijse Klimaatakkoord.

‘China kiest een andere koers en het Verenigd Koninkrijk loopt voorop met CO2-reductie’

Maar Rusland, land van olie, gas en delfstoffen, zet in op een neutraal geluid. Poetin zegt het Klimaatakkoord niet als bedreiging te zien. En China, het land met de grootste CO2 uitstoot, kiest duidelijk een andere weg. Dit land ziet het Klimaatakkoord samen met de EU als onontkoombaar. Zo heeft het de afgelopen jaren ingezet op groei van duurzame energie, met een omvang die de capaciteit van bestaande kolencentrales overtreft. Een pikant detail binnen de EU, is dat het Verenigd Koninkrijk met de Brexit voor de deur op dit moment voorop loopt bij het verminderen van de CO2-uitstoot. In dit land is al in 2008 een klimaatwet ingevoerd.

Kijken we naar de CBS metingen dan loopt Nederland in vergelijking met andere Europese landen al lange tijd achter met de aanpak voor schone energie en uitstoot van broeikasgassen. In 2015 hield Urgenda samen met veel burgers in de Klimaatzaak de Nederlandse staat voor dat ze zich aan de internationale klimaatafspraken moest houden. Na een hoger beroep van de Nederlandse staat op 9 oktober 2018 vorig jaar bekrachtigde het Hof in Den Haag de uitspraak van de Klimaatzaak uit 2015: omdat de Staat de burgers moet beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering, moet Nederland de uitstoot van broeikasgassen terugdringen met ten minste 25 procent ten opzichte van  1990*.

‘Burgerinitiatieven zijn belangrijk, maar niet voldoende om te voldoen aan het Parijse Klimaatakkoord.’

Dit wetende is het niet vreemd dat in onze provincies met de verkiezingen voor de deur investeringen in klimaatmaatregelen hoog op de agenda staan. Maar de eerste haperingen bij lokale initiatieven worden echter ook zichtbaar. Zo is daar bijvoorbeeld het recente nieuws over de vele lokale initiatieven voor zonne-energie in de provincies Groningen en Drenthe die stranden omdat er een gebrek is aan de hoeveelheid benodigde capaciteit op het elektriciteitsnet. Een voorbeeld dat de spanning tussen de Haagse koers en burgerinitiatieven blootlegt.

Hoe verder? Politiek protest biedt geen oplossing. Burgerinitiatieven zijn belangrijk, maar niet voldoende om te voldoen aan het Parijse Klimaatakkoord. Provincies bieden met hun regionale schaal kansen om samen met netwerkbedrijven en energieleveranciers een volgende stap te zetten. Hierbij is nationale (financiële) steun noodzakelijk. Voor bedrijven is een heldere koers hierin essentieel. Een actueel voorbeeld is het wel of niet kiezen voor CO2-opslag. De Rotterdamse haven ziet graag een bijdrage in de financiering van een pijplijn voor afvang van CO2 bij fabrieken en opslag in de Noordzee. Maar er zijn ook geluiden dat dit indruist tegen doelstelling van CO2-verlaging.

‘Provincies zijn een belangrijke schakel om burgers op lokaal niveau mee te nemen bij moeilijke beslissingen’

Na de klimaattafels is het nu de hoogste tijd voor nationale keuzes en daar waar nodig een debat met de samenleving. Laten we hier Frankrijk volgen, en leren van Engeland bij de klimaataanpak, maar tegelijkertijd goed kijken naar de negatieve gevolgen van een Brexit. Als de verwarming van de aarde in het huidige tempo doorgaat, zal voor alle Europese landen de vluchtelingendruk stijgen uit landen met extreme droogte en watergebrek. Reductie van de CO2 vraagt afstemming en samenwerking tussen landen. Ook voor de afbouw van fossiele brandstoffen, pijpleidingen en stroomnetwerken zijn landen afhankelijk van elkaar. En laten we het belang van het koesteren van Europese waarden niet uit het oog verliezen.

Een ‘vreselijke wet’, ‘geen klimaatprobleem’? Handen af van het Klimaatakkoord! Laten we onze borst maar nat maken, de verwachting is dat de uitvoering van het Urgenda-arrest, bovenop de afspraken in de Klimaatwet extra maatregelen onafwendbaar maakt. De klok loopt door en de druk op het maken van nationale keuzes wordt steeds groter. In lijn met de Omgevingswet zijn de provincies op regionaal niveau een belangrijke schakel om burgers op lokaal niveau mee te nemen in de niet eenvoudige keuzes die moeten worden gemaakt. Hierbij is een interessant gegeven dat volgens CPB-directeur Kim Putters onder de laagopgeleiden 70 procent vindt dat burgers meer moeten meebeslissen in een directe democratie. Populisme, prima, maar laat de leeuw niet in haar hempie staan. Echte mannen kiezen voor een leeuw met bij Nederland passende klimaatschoenen. Die durft de hele wereld aan.

Wonen rond de Veluwe heeft toekomst

Het woningtekort blijft maatschappelijk in de spotlights staan. Na de vraag binnen- of buitenstedelijk bouwen richten de pijlen zich in het debat nu op het inzetten op hoogbouw in de westelijk gelegen steden. Maar laten we niet vergeten dat Nederland groter is. Het is tijd te kijken naar de toekomstige bevolkingsontwikkeling in alle Nederlandse gemeenten. Een regio waar we nooit over horen is de rand van steden en dorpen rond de Veluwe. Na Amsterdam staat dit gebied met stip op 2 als we kijken naar de bevolkingsgroei de komende twee decennia.

Het gebied rond de Veluwe heeft een andere woningsamenstelling en dichtheid dan de meeste andere regio’s. Grofweg heeft Nederland zo’n 42 procent rijtjeshuizen, 43 procent vrijstaand/twee onder één kap woningen en 15 procent appartementen. Rond de Veluwe zien we meer vrijstaande woningen en een dichtheid die drie keer zo laag is als in het westen. Passend bij de westelijke hogere woningdichtheid zien we in Noord- en Zuid-Holland zo’n 30 procent  aan appartementen. Niet verrassend is dat in Noordoost-Nederland het aantal vrijstaande woningen het grootst is. En topper, ver boven het gemiddelde bij de rijtjeswoningen, is natuurlijk de jonge provincie Flevoland met Almere, als uitloper van het hoogstedelijke Amsterdam.

De meest rijtjeswoningen – relatief gezien – staan in Flevoland

Het woningtekort heeft niet alleen te maken met stagnerende nieuwbouw. Sloop en demografische veranderingen spelen net zo goed mee. Woningnood is niet nieuw. De term komt uit de tijd na de Tweede Wereldoorlog. Een periode met massaproductie en het snel realiseren van betaalbare huurwoningen. Aansluitend zien we in de jaren zestig en zeventig het groeikernenbeleid met een focus op de middelgrote steden, met een accent op rijtjeswoningen. In het begin van de jaren ’80 werden de nadelen van dit beleid zichtbaar. De werkgelegenheid bleef achter in deze groeikernen en de grotere steden zagen midden en hogere inkomens vertrekken naar deze middelgrote steden, met bijvoorbeeld gevolgen voor het voorzieningen niveau. Daarom is door het Rijk vanaf het begin van de jaren ’80 ingezet op stedelijke knooppunten en het compacte stadsbeleid met de Vinex-wijken als uitkomst.

Opvallend veel pensionados langs de Duitse grens

Kijken we naar het eigendom dan heeft Nederland zo’n 4,3 miljoen koopwoningen en 3,3 miljoen huurwoningen (waarvan ongeveer 2/3 in bezit is van corporaties). De stagnatie in de nieuwbouw de afgelopen jaren heeft zo ook positieve kant. We krijgen een steeds beter beeld van de veranderingen in de woningvraag de komende twintig jaar. De groeiende vraag naar middeldure huurwoningen zet door. Hiermee samenhangende belangrijke ontwikkelingen zijn de daling van het aantal gezinnen, de groei van kleinere huishoudens en nieuwe werkende migranten. Ouderen blijven langer in hun huis blijven wonen, in lijn met de nieuwe ‘Wet langdurige zorg’ uit 2015.

Kijken we naar de spreiding van woningen voor inwoners op pensioengerechtigde leeftijd dan is het opvallend dat op een aantal plekken langs de Duitse grens de aantallen fors boven het landelijk gemiddelde uitkomen. Naar ik vermoed wonen ze hier vaak in vrijstaande woningen. In de stedelijke regio’s is het aantal gepensioneerden juist relatief laag, zeker in het westen. Dit illustreert het belang om per regio scherp in beeld te brengen wat de huidige samenstelling van de woningvoorraad is en welke demografische ontwikkelingen men kan verwachten. Een minstens zo belangrijke opgave is om na te denken over gebieden buiten de stedelijke regio’s. Wat is de toekomst van de vrijstaande woningen langs de Duitse grens? Een groeiende langdurige leegstand, zoals in Oost-Groningen en delen van Limburg? Of gaat het mensen trekken vanwege het fraaie landschappelijk wonen in de nabijheid van stedelijke regio’s, als vaste woonplaats of als tweede woning, een trend die in delen van Limburg op dit moment al zichtbaar is.

In de groeikernen liggen grote kansen

Na de nationaal aangestuurde Vinex-periode staan we nu voor een pittige regionale opgave. In verschillende delen van ons land zien we op dit moment nog een stijgende woningvraag, maar krimp in de toekomst. Hier is het verstandig een deel van de huidige vraag op te lossen met tijdelijke en verplaatsbare woningbouw. Kijken we naar de tien stedelijke regio’s dan is het noodzakelijk om de ruimte en de betaalbaarheid te verkennen van verdichting in de bestaand stedelijk gebied.. Hier verdienen ook de groeikernen aandacht. Kijkend naar hun ligging, huidige dichtheid en de noodzaak om het OV en (elektrisch) fietsverkeer te stimuleren, liggen hier grote kansen.

Nu richt Den Haag zich op het versnellen van de nieuwbouw woningopgave. En ja, de steden zijn sinds de jaren ‘80 in de vorige eeuw weer in trek. Een mondiale trend, die ook in Nederland merkbaar is. Voor sommige steden is superhoogbouw vanuit een heldere visie dan een passende oplossing. En in gebieden waar landschappelijke kwaliteit schaars is, moet niet te veel (definitief) buiten het stedelijk gebied worden gebouwd. Onze Holland Metropool wordt met haar diverse regio’s geen New York of Shanghai. De kracht ligt in goede verbindingen tussen de tien regio’s met overal een passend groen buitengebied om de hoek. Ook het wonen rond de Veluwe heeft toekomst, zeker bij een versnelde zeespiegelstijging. Dan woont men daar hoog en droog.

Stop de begripsinflatie in gebiedsontwikkeling

Duurzaamheid, inclusie en democratie. Woorden die ook in gebiedsontwikkeling last hebben van begripsinflatie. Ze verliezen hun waarde en liggen steeds vaker onder vuur bij burgerprotesten. Dit terwijl de bijbehorende opgaven juist steeds urgenter worden.

Met stip op 1: duurzaamheid. Dit jaar verkozen tot het vijfde meest irritante woord bij de verkiezing ‘weg met dat woord’ van het  Instituut voor de Nederlandse Taal. Het eerste deel van het woord: ‘duur’ wordt door burgers geassocieerd met iets dat geld kost. Het is een woord geworden met te veel betekenissen volgens Barbara Baarsma (directeur Kennisontwikkeling Rabobank).

Begripsinflatie zien we ook bij het woord inclusie. Oorspronkelijk staat dit woord voor insluiting in de samenleving van achtergestelde groepen op basis van gelijkwaardige rechten en plichten. De laatste jaren zijn er echter diverse Engelstalige publicaties verschenen over de ‘inclusive city’. Boeken over het lokaal aanpakken van groeiende ongelijkheid in steden. Over ongelijke kansen, segregatie en een middenklasse waarvoor de huizen in aantrekkelijke buurten van creatieve steden onbetaalbaar worden. Herkenbare vraagstukken bij gebiedsontwikkeling. Maar net als bij duurzaamheid, wordt het steeds vaker gezien als containerbegrip. Zie het recente opiniestuk van Hans-Hugo Smit: Dag inclusieve stad!

Dan onze democratie. Dreigt ook hier begripsinflatie? Via vrije verkiezingen kunnen wij burgers invloed uitoefenen op de samenstelling en het beleid van onze regering en het lokale bestuur. Maar ondanks de decentralisatie en de groei van lokale partijen, ligt het aantal uitgebrachte stemmen bij lokale verkiezingen met zo’n 50% fors lager dan bij nationale verkiezingen (75%). Wat als deze dalende lijn zich verder voortzet? In 2021 wordt de nieuwe Omgevingswet van kracht.

Tijd om democratie en de andere aangehaalde begrippen af te serveren? Of zoeken naar andere woorden? Zoals de prijsvraag die Barbara Baarsma dit najaar lanceerde: een andere naam voor duurzaamheid. Op zoek naar een woord dat richting geeft en enthousiast maakt? Met als eerste ingezonden toppers: ‘Aardlief’, ‘Planet Proof’ en ‘Toekomstwaardig’…

Nee, ik denk niet dat hier de antwoorden liggen voor begripsinflatie. Pak de grote woorden ‘duurzaam’, ‘inclusief’ en ‘democratie’ aan. Ga het gesprek aan met elkaar over welke vorm past per opgave. Voor gebiedsontwikkeling: heldere nationale keuzes in afstemming met regionale initiatieven. Geef woorden de kleur van deze tijd en zorg voor heldere kaders. Broodnodig houvast bij veel lokale gebiedsuitdagingen en basis om te komen tot concrete resultaten. Aan maatschappelijke noodkreten – luister naar de Gele Hesjes – zal het kiezen voor deze koers niet liggen…

Mondiale macht: aan de slag met lokale kracht

We zitten midden in een fase van geopolitieke veranderingen. Internationale betrekkingen en machtsverhoudingen tussen landen verschuiven. Dit heeft invloed op de klimaataanpak, handel en migratie. Hier zien we grote verschillen in keuzes die landen maken. Welke weg kiezen Rusland, de VS en China, met haar grote delfstoffenvoorraad in de klimaatopgave? Hoe loopt het af met de handelsoorlogen van de VS? En welke vorm krijgt de afspraak van 192 Verenigde Naties lidstaten (niet de VS) om de wereldwijde migratie te reguleren? Drie grensoverschrijdende vraagstukken, die blootleggen hoe we omgaan met onze overbelaste planeet. En met gevolgen voor duurzame gebiedsontwikkeling.

Als eerste een voorbeeld bij de klimaatopgave. Op Europees niveau zijn voor 2020, 2030 en 2050 doelen gesteld voor vermindering van de CO2-uitstoot, energiebesparing en de ontwikkeling van hernieuwbare energie. Nederland was lange tijd een van de grootste aardgasproducenten van Europa, maar staat nu voor de energietransitie. Dit kunnen we niet alleen. Met de 325 kilometer lange Cobra-kabel zijn deze maand de elektriciteitsnetwerken van Denemarken en Nederland verbonden. Er zijn al dergelijke verbindingen met Duitsland, België, Groot-Brittannië en Noorwegen. Een mooie illustratie van de wederzijdse afhankelijkheid is de recente vraag van België aan haar buurlanden om stroomcapaciteit vanwege een mogelijk tekort aan elektriciteit dit najaar. Met de groei van zon- en windenergie zal deze uitwisseling van elektriciteit met buurlanden alleen maar toenemen.

Wederzijdse afhankelijkheid duurzame Europese stroomnetwerken

In aansluiting op bovenstaande ontwikkelingen zien we bij gebiedsontwikkeling een groei van lokale initiatieven. Voor energie is het grootste voorbeeld op dit moment het windmolenproject Krammer in Zeeland, tot stand gekomen en gefinancierd via burgers in twee windcoöperaties. Verder wordt op verschillende locaties gekeken wat een energiecoöperatie en netbeheerder voor elkaar kunnen betekenen in de energieketen. En zien we hoe huurders bij een woningcorporatie gestimuleerd worden om aandelen in zonnepanelen te kopen via een wijkenergiecoöperatie. Inzet: het betaalbaar houden van de energielasten voor burgers.

Dan de handelsfrictie tussen de VS, China en andere landen. We moeten de risico’s daarvan voor de wereldhandel in het vizier houden, maar óók voor gebiedsontwikkeling. Neem bijvoorbeeld de invoerheffingen op zonnepanelen vanuit de VS met als reactie vanuit China: goedkope zonnepanelen voor de Europese markt. Hier valt als Nederlands bedrijf lastig mee te concurreren en het heeft gevolgen voor hoe wij als organisaties, bedrijven en burgers hiermee omgaan: gaan we voor goedkoop, voor duurzaamheid of voor kwaliteit. Welke protectionistische maatregelen hebben de grootste impact op onze doelstellingen en de benodigde producten voor de komende jaren?

Bijna een kwart van de Nederlandse bevolking heeft een migratieachtergrond

Het derde punt is de migratie. Sinds 2016 (Jaarrapport Integratie) wordt niet meer gesproken over autochtonen en allochtonen, maar over personen met een Nederlandse of migratieachtergrond. Op dit moment heeft in Nederland 23 procent van de bewoners een migrantenachtergrond. Een ontwikkeling die we vooral in de West-Europese landen zien is een verdere stijging van de bevolkingsgroei als gevolg van de migratie. Dit is vooral zichtbaar in de grote steden. Rotterdam heeft inwoners uit ongeveer 240 verschillende landen. Het is dus niet zo vreemd dat we hier ook een verschil in waarden zien. Op welke factoren kunnen we dan bij gebiedsontwikkeling sturen? Hoe zorg je voor wijken waar iedereen zich prettig kan voelen, ongeacht of juist gegeven de afkomst?
Ik heb daar in een eerdere column al over geschreven.

Hoe burgers mee te nemen in de grote mondiale ontwikkelingen?

Niet alleen bij migratie en klimaatopgave, ook voor handel staan landen voor de vraag hoe burgers mee te nemen in de geschetste mondiale ontwikkelingen. Een mooie illustratie bij handel is de herdenkingstour op 11 november over het einde van de Eerste Wereldoorlog honderd jaar geleden. Tijdens deze tour zagen we, als gevolg van dalende koopkracht en stijgende energieprijzen botsingen tussen de Franse president Macron en gewone burgers, onder meer werkzaam in de auto-industrie. Macron vertelt over de stijgende olieprijs en geeft aan dat zijn regering de diesel zwaarder belast om koop van schonere auto’s te stimuleren. Afsluitend zei hij: ‘We moeten er samen een succes van maken’. Een mooie uitspraak, maar na zijn bezoek wordt de groep protesterende mensen in gele hesjes alleen maar groter. De boodschap om er samen een succes van te maken is niet eenvoudig in deze tijd.De klimaatopgave en mondiale handelsfricties leiden tot onzekerheden in de wereldeconomie en hebben zeker voor deze protesterende burgers effect op hun bestedingsruimte.

Kijken we naar burgerprotest bij gebiedsontwikkeling, dan staan wij ook voor deze uitdaging. De onzekere tijd door de mondiale macht, vraagt aandacht voor lokaal vertrouwen en oog voor de lokale kracht!